PUBLICATIES
|
Een
Auteursreplica uit het atelier van Gotscha Lagidse De
Shamshir van de Georgische Koning Erekle II, magie van een
zwaardsmid uit het rijk van duizend en één nacht Een
zweetdruppel valt omlaag en spat uiteen op een onbewerkt stuk metaal, de
concentratie op zijn gezicht is bijna voelbaar. Enkel kleine
hoorbare tikken van een fijn instrument aan een fabelachtig
object verraden dat een meesterwerk in zijn afrondende fase is beland.
Het zwaard van Koning Erekle II is bijna weer tot leven gekomen!
Gotscha Lagidse, een wapensmid begiftigd met de kennis en de precieze
techniek uit vervlogen dagen zal de grote koning van zijn
voorvaderen eren met het gereedkomen van dit project. Al
in zijn jeugd was hij betoverd door de magie waarmee het zwaard van
Erekle II de ruimte vulde. Hij zou nog vaak terugkeren in de prominente
zaal van het Nationaal museum van Tbilisi, waar het zwaard wordt
gepresenteerd in een vitrine. Elk detail probeert hij vol verbazing in
zich op te nemen. Later nam hij zich voor dat als ooit de tijd zich
voordeed en hij onderlegd was in de juiste technieken voor het
maken van zo’n pronkstuk, hij een duplicaat zou laten herrijzen als
teken van eerbied voor de geschiedenis van zijn land. Deze Shamshir (2),
zoals dit type zwaard ook wel wordt genoemd, wordt gezien als hét
symbool van Georgische onverzettelijkheid.....! Een
stukje geschiedenis…… Erekle
II, Koning van Kartli-Kakheti Nadir
benoemde Erekle’s vader, Koning Teimuraz II, als onderkoning van
Kakheti terwijl een Perzische gouverneur het naburige Kartli
controleerde. Ondanks
weerstand van verscheidende Georgische edelen bleven Teimuraz en Erekle
trouw aan Nadir Shah, die in 1737 Shah wordt. Ze deden dit om hun macht
te stabiliseren en hun land op te bouwen. Erekle verwierf een grote
reputatie als militair aanvoerder van de Georgische troepen in Nadir
Shah’s veldtochten in India (1737 – 1740 ) waarbij hij zichzelf o.a.
onderscheidde tijdens de aanval op Deli. Als dank zond Nadir Shah aan
Erekle een prachtig paard opgetuigd met gouden teugels en een fijn
bewerkt zwaard uitgevoerd met gouden teksten op de kling. Erekle en
Teimuraz ondersteunde Nadir Shah ook in het onderdrukken van de
rebellerende Georgische edelen en als beloning verleende de Shah
het gebied Kartli aan Teimuraz en Kakheti aan Erekle. Na
de moord op Nadir Shah in 1747 haalde Erekle voordeel uit de politieke
instabiliteit in Perzië om zijn onafhankelijkheid te bewerkstelligen en
sloot een alliantie met de Khans van Azerbeidjaan tegen de Perzen. In
1749 dreef Erekle de laatste Perzische troepen uit Kartli en na de dood
van zijn vader in 1762 werd Erekle de heerser van het Verenigd
Koninkrijk van Kartli-Kakheti. Hij
voerde met succes door zuidoostelijk Kaukasus een veldtocht waar hij een
tijdelijke Georgische hegemonie over diverse Moslimprinsdommen vestigde.
In 1751 verpletterde hij Azat Khan van Adarbadagan, die aanspraak wilde
maken op de Perzische troon in een beslissende veldslag bij Kirbulakh
(Armenië) en nam hem gevangen in 1760. Koning
Erekle vocht ook een serie van veldslagen tegen zijn aartsvijand, Açi
Chalabi, Khan van Saki-Shirvan. Die versloeg de Georgiërs te Ganja in
1752 maar werd later dat jaar verpletterd. Ondertussen
was Erekle ook nog bezig met een uitputtingsoorlog met de Dagestanen die
met gestage invallen Oostelijk Georgië verwoestten. In 1754-1755
versloeg hij hen bij Mchadijvari en Kvareli. In
1758 probeerde met de andere Georgische prinsdommen om zich te
verenigingen en besprak een militaire alliantie met Koning Solomon van
Imereti. Erekle
voerde belangrijke hervormingen door op het gebied van modernisering van
het leger, beleid, onderwijs, en economie en tevens beperkte hij de
bevoegdheden van de feodale aristocratie. In
1765 onderdrukte hij de opstand van Prins Paata en elimineerde wreed de
rebellenleiders. Met het streven naar actieve hulp van Rusland, dat een
Christelijke natie was, tegen buitenlandse bedreigingen hoopte hij
eventueel een verbinding te bewerkstelligen met Europa. Wat in zijn ogen
essentieel was. In
1752 zond hij een opdracht naar Sint-Petersburg met het verzoek voor
hulp in de vorm van troepen of financiële subsidie, maar de Russen
negeerden dit verzoek. Ze waren volledig in beslag genomen door de
Europese ontwikkelingen. Ondanks
de steun van Erekle aan Rusland in de Russische –Turkse Oorlog van
1768 – 1774 bleef Rusland aarzelen om een nieuwe alliantie aan te gaan
en behandelde Georgië als een secundair theater van militaire acties. Uiteindelijk
verkreeg hij alsnog de waarborgen van Rusland toen hij en Catherina II
het verdrag van Georgievsk ondertekende in 1783. Het
verdrag zette Kartli-Kakheti om in een Russische protectoraat en dwong
daarmee Russische bescherming af tegen welke buitenlandse bedreiging dan
ook. Echter, Rusland faalde om haar verantwoordelijkheden na te komen en
gedurende de nieuwe Russische – Turkse oorlog van 1787 – 1792
evacueerde Rusland zijn troepen uit Kartli-Kakheti en liet Erekle alleen
in zijn strijd tegen de Perzen. Agha
Muhammed Khan van Perzïe was vastbesloten om Perzische controle over
oostelijk Georgië te herstellen en eiste van Erekle afstand te doen van
zijn alliantie met Rusland en Perzisch opperleenheerschap te erkennen. Toen
Erekle dit weigerde viel Agha
Muhammed Khan Kartli-Kakheti binnen, versloeg Erekle in een beslissende
slag en veroverde Tbilisi in 1795. Russische
troepen in 1796 arriveerde te laat om enige hulp nog te bieden en ook de
dood van keizerin Chaterina bracht grote veranderingen met zich mee
doordat haar opvolger Paul I zijn troepen terugtrok uit oostelijk Georgië.
Ondanks het uitblijven van die steun bleef Erekle geloven dat alleen een
Russische bescherming hem kon verzekeren van het bestaan van zijn land. Zijn
vroege dood in 1798 was een gewichtige gebeurtenis in de Georgische
geschiedenis. Het land verloor met Erkele een bekwame en ervaren leider
en bevond zich te midden van een dynastieke crisis waarin verschillende
leden van het Koninklijke huis de macht probeerden te grijpen. De
zoektocht naar Russische hulp zou uiteindelijk grote gevolgen hebben
voor de Georgische prinsdommen welke uiteindelijk in 1801 geannexeerd
werden door Rusland en de daaropvolgende 190 jaren onder Russische
beleid zouden vallen… De
ziel van de strijder….zijn zwaard.. De
naam shamshir komen we voor het eerst tegen tijdens de Samanid Dynastie Tijdens
de Perzische overheersing was de shamshir het belangrijkste wapen van de
krijger. Wat vooraf ging… In
2008 was Gotscha Lagidse aanwezig als deelnemer te Tbilisi bij een
groepsexpositie in galerie ”Kharvasla” , dat deel uitmaakte van het
internationaal festival "Cveneburebi" en in het teken stond
van het jubileum van Patriarch Ilia II van Georgïe. Hierbij had hij een
afspraak in het Nationaal museum met de conservator metaal erfgoed (historische
blanke wapens, harnassen) Dr. Mamuka Qapiandze. Gedurende
het gesprek kwam natuurlijk het zwaard van Koning Erekle II ( inv.nr
40-26/258) ter sprake. Lagidse’s vakmanschap kennende werd hem
de vraag gesteld of hij in staat was een auteursreplica van dit
belangrijke stuk te maken, Wat een grote eer om zo’n voorstel te
krijgen! Een jeugddroom die
uiteindelijk werkelijkheid zou worden, Gotscha’s antwoord was
natuurlijk een volmondig ja. Alle puzzelstukjes vielen op zijn plaats. De
volgende dag al reeds begon stap 1 van dit project, de research. Het
zwaard moest in kaart gebracht worden. De juiste afmetingen, het
materiaal bekeken worden en bovenal
moest er eerst een officieel verzoek ingediend worden bij de directeur
van het Nationaal museum dr. Prof. David Lordkiphanidze om het zwaard
uit zijn vitrine te mogen halen en te bestuderen. Nadat
er een goedkeuring volgde, werd het zwaard tot in de kleinste details
bestudeerd, alle formaten opgeschreven en de juiste gewichtsmaten
vastgesteld. Dit alles onder begeleiding van dr. Mamuka Qapiandze. Na
deze voorbereidende periode werd weer terug in Nederland onder andere
met een goudsmid en graveur overlegd en werd er weer een vervolgafspraak
gepland om terug te gaan naar Georgië. Deze keer voor een
uitwisselingsproject om de kennis op het gebied van restauraties van
antieke wapens voor het Nationaal museum te delen. Tijdens dit 3 maanden
durende project werden een aantal belangrijke antieke wapens van het
museum gerestaureerd en geconserveerd door Gotscha. Onder deze wapens de
shamshir van Koning Erekle II, wat ook een uitgelezen moment was om
nogmaals het zwaard te bestuderen. Tientallen jaren lang was het
namelijk onmogelijk om de shamshir volledig terug te plaatsen in zijn
schede. Na
intensief onderzoek werd duidelijk dat de ijzeren onderband bij de
aansluiting met de houten schedevoering niet onder maar boven het leder
moest hebben gezeten van origine. Doordat deze jarenlang verkeerd
gezeten had was er roestvorming ontstaan en de afzetting daarvan belette
de punt van het zwaard om volledig naar binnen te glijden. Tijdens deze
restauratieperiode werd deze onderband authentiek terug geplaatst zodat
deze weer historisch verantwoord op juiste plek zat en werd
alle roestvorming vakkundig verwijderd. Voor het eerst sinds decennia
was het weer mogelijk het zwaard volledig in zijn schede te laten
verdwijnen. (3) Twee
jaar van intensieve arbeid, onderzoek en overleg heeft het geduurd
voordat recentelijk het project
in zijn afrondende fase terecht gekomen was. Met de hulp van de twee
specialisten op het gebied van graveren en damast structuur kan Atelier
Gotscha nu begin 2010 trots het eindresultaat presenteren! Gotscha’s
jeugddroom is in vervulling gegaan! Erekle’s
zwaard… De
shamshir van Erekle heeft een merkwaardige geschiedenis achter de rug.
Het wapen is afkomstig uit het voormalige Perzië (het
hedendaagse Iran). Het bezit een kling gemaakt van zgn. damast staal (4)
die ouder gedateerd wordt dan de overige zwaardonderdelen. De kling is
afkomstig uit de regeerperiode van Shah Abass I (1587 – 1629) en
vermoedelijk later hergebruikt voor dit beroemde zwaard. De periodes van
herkomst van dit zwaard zijn de Safavidische (kling) en
de nieuwe montering stamt uit de Afshar periode (Afshar was
de achternaam van Nader Shah). Dit
is vast gesteld omdat de makers hun naam hebben achtergelaten op de
verscheidende onderdelen van het zwaard waaronder op de kling in de vorm
van een verguld cartouche ( 5). De
auteursreplica… De
Kling De
kling van de replica is gemaakt van damast staal, 50 % XBT en
gecombineerd met 50 % CT45T (Russische
begrippen) en valt qua uitvoering in groep 3. ( zie hieronder) Het heeft
een hardheid van ong. 56 HRC (schaal van rockwell) en bestaat uit ca
70.000 kristallen. Gedurende
het midden van de 19e eeuw werd er een moderne classificatie
gegeven aan verschillende types van damascus staal. De classificatie
werd gedaan op basis van patroon en kleur. Volgens de onderzoekers zie
(6*) waren er wel tien verschillende soorten van damast staal maar
werden ze uiteindelijk globaal onderverdeeld in 3 groepen. 1)
Woodgrain
( wootz) ( houtnerf) damast. Zoals de vertaling al zegt, de structuur
lijkt op een houtnerf. Deze wordt ook weer onderverdeeld in Kara
Khorasan en Kara Taban (fijner van lijn en kleur). 2)
Stripped
damast, deze typeert zich in golflijnen in de lengte van de kling. Ook
bekend als Sham en is afkomstig uit Damascus. 3)
Ladder
damast, ook wel genaamd, Kirk ner deban of kirk nardeban, wat betekend
40 stappen. Het karakteriserende van dit soort damast is dat je
zichtbaar een aantal strepen ziet dwars op de kling die op een gelijke
afstand van elkaar liggen, een soort van ladder patroon. Dit kan variëren
van 20 tot 50 stappen. De 40-stappen ladder wordt ook wel de 40 stappen
van Mohammed genoemd. Iedere
damast kling heeft zijn eigen identiteit en is uniek met zijn patroon.
Het is onmogelijk om een exacte kopie van de kling te maken. Vandaar ook
dat de damast van de replica iets afwijkt van het origineel. De
“40-stappen van Mohammed” zijn duidelijk zichtbaar op de kling van
de auteursreplica. De
graveringen De
Graveringen zijn in het metaal gestoken en ingelegd met 24
karate goud. Het was nog niet zo gemakkelijk om de tekst op Erekle’s
zwaard te ontcijferen maar met behulp van een paar specialisten werd
deze ontcijferd. In de lange cartouche staat geschreven: “Bändé-ye xwod-ra Shäh-e vala-seresht - Kälb-Äli Khan mosaheb nevesht”. Vrij vertaald betekent dit: “Zijne majesteit de hoogwaardige koning, heeft zijn onderdaan
“Kalb-Ali Khan” een vertrouweling genoemd. ”
( 7) Naast
de langwerpige gravering is er een vierkant gegraveerd, onderverdeeld in
vier vakken. Deze “gelukstalisman”
werd de Bedouh of Badouh genoemd. De talisman moest gelukt brengen aan de drager van
het zwaard. De vier symbolen in de vakken symboliseren dit geluk. De
derde cartouche verwijst alweer naar Kalb Ali en meldt ons: ” Het werk van Kalb Ali,
zoon van Aassadolah ( assad Ulah) uit Isfahan.”
“Amal-e
Kalbeali ben Assadollah Isfahani.” Ook
op de replica is net zoals bij het origineel gewerkt met fijn goud voor
de inleg van deze graveringen. Afwijkend met het origineel is dat
Gotscha Lagidse zijn eigen keurmerk heeft aangebracht vlakbij de
klinghiel alsmede die van twee “onderleveranciers”. De
greep en schedehangers Het
materiaal gebruikt voor de pareerstang, pommel, en schedehangers is
staal (C45). Deze zijn uit één stuk vervaardigd. De stalen onderband
is gemaakt op een mal en bestaat uit twee delen. De graveringen op de
pareerstang en schedehangers zijn uitgediept) en ingelegd met 24 karaat
goud waarna ze hoogglans gebruind zijn. De
ivoren greep is gemaakt van een slagtand van een walrus en
de rug en maag van de greep zijn vervaardigd van fijn goud (in het
totaal Aan
de onderkant van de pareerstang is, net zoals op de kling, ook een tekst
aangebracht. Zo lezen we: “A-maile
kamtarin qolaman Abolgassem (Abo Qasm) zarneshangar.” Wat
vertaald neerkomt op: “ Dit is het werk van Uw
nederige onderdaan ( knecht, ambtenaar) Abolgassem, goud bewerker.”
(goud inlegger) In
het centrum van de pareerstang zien we aan beide kanten een gezicht in
reliëf gestoken. Vermoedelijk van de jonge Nader Shah. Ook aan de
onderkant van de pommel komt deze terug. De
schede De
schede is gemaakt van twee delen magnolia hout aan elkaar gelijmd en
overtrokken met zwarte sagrijn leder (chagrin). Dit leder is aan de
binnenkant aan elkaar gestikt, omgedraaid en nat over de houten schede
getrokken. Er zijn ornamenten aangebracht op de houten schenen van 0,5
mm messing draad. Dit patroon is zichtbaar in het leder. Deze messing
draden zijn met zilversoldeer aan elkaar bevestigd en behandeld met
speciale lak voor het tegengaan van mogelijke latere oxidatie. De
stalen hangers laten ons onder andere de afbeeldingen zien van Nader
Shah met de voor hem zo typerende koningskroon. Specificaties
De
bestemming… Omdat
op dit moment het Nationaal Museum in Tbilisi gesloten is in verband met
een omvangrijke reorganisatie en verbouwing ligt de toekomst voorlopig
nog in het ongewisse voor de auteursreplica. Wanneer de werkzaamheden in
het Nationaal Museum voltooid zijn en het zijn deuren weer zal openen
zal het zeker in een expositie te bezichtigen zijn. Of het voorgoed daar
zal blijven zal de toekomst uitwijzen… misschien dat er ook dan onder
de nieuwe generaties opnieuw een talentvol wapensmid op zal staan die geïnspireerd
zal worden door dit fabelachtige zwaard en op zoek zal gaan naar de
geschiedenis van zijn illustere voorgangers… Met
dank aan Gotscha Lagidse, metaalkunstenaar pur sang! Voor
meer informatie of opmerkingen kunt U mailen naar: marbot@home.nl
of kijken op de website van Atelier Gotscha
www.gotscha.nl
. Gebruikte
bronnen: -
Levan
Sanikidze - “Schedelosse
Zwaarden”, boek IV, pagina 298. -
Michael
Axworthy - The Sword of
Persia, Nader Shah ( from Tribal Warrior to conquering Tyrant. ( ISBN
13:9781850437062) -
Manouchehr
Moshtagh Khorasani – Arms and Armor from -
Jan
Piet Puype & Piet de Gryse – Viertalig lexicon van de
gevestwapens. ( ISBN-10: 3-00-019259-X) (1)
..En als dank stuurde Nader Shah naar
Prins Erekle een koninklijk geschenk, “ Een paard omhangen met gouden
tuig en een prachtig bewerkt zwaard. “Levan Sanikidze, - Schedelosse
Zwaarden, boek IV, pagina 298 (2)
Shamshir is de Perzische benaming voor zwaard. Vrij vertaald
betekent het “staart van
de leeuw”. ( Sham – shir ). In Europa wordt het ook wel een sabel
genoemd omdat het een eensnijdende kling bezit. Een sabel is een “lang
gevestwapen met eensnijdende kling” . Zie voor een volledige
beschrijving “ viertalig
Lexicon van gevestwapens “ - J.P
Puype & P. De Gryse. – Het begrip” zwaard” kan verwarrend zijn
omdat het technisch gezien wordt als een blank wapen met als kenmerk
meestal een rechte en tweesnijdende kling met een symmetrisch gevest in
de vorm van een Latijns kruis. Maar het wordt in de volksmond veelal als
verzamelnaam gebruikt voor een lang (recht) steekwapen. Van oorsprong
werd de benaming van shamshir ook gebruikt in het midden Oosten voor een
zwaard met rechte kling. (3)
Voor een volledig verslag
van deze workshop in het Nationaal museum van Tbilisi kunt U kijken op
de website van Atelier Gotscha. www.gotscha.nl.
Op de site is ook te zien welke andere wapens behandeld zijn tijdens
deze periode. (4)
Bij damasten als smeedproces wordt metaal verhit, dubbelgeslagen en weer
verhit en dit vele keren. Hierdoor is het eindresultaat opgebouwd uit
vele laagjes. Dit vormt een soepele en zeer sterke metaalsoort. (5)
Een cartouche is een omlijst schild, meestal met een opschrift of
heraldisch motief. In dit geval verwijst het naar de kaders aangebracht
in verguldsel op de kling. (6) door A.D Anosov, Zeller and Rohrer. (7)
Kalb Ali en zijn vader Assaduah waren beroemde zwaardmakers gedurende
het einde van de 16e en begin 17e eeuw. Later
werden zelfs deze namen als “kwaliteitsmerknaam” gebruikt voor
klingen om zo de kwaliteit aan te duiden. (8)
POB ( point of balance) Dit is het punt waar de balans van het zwaard
ligt, om dit te meten zou men het zwaard op één vinger moeten leggen,
op het punt waar het zwaard zijn balans vindt zou men een meting moeten
starten tot aan de handgreep. (9)
COP, (centre of percussion) Dit is het punt waar het zwaard zijn
grootste slagkracht heeft. Om dit te meten zou men het zwaard in de
rechterhand moeten nemen om vervolgens met de palm van de linkerhand
tegen de rechterhand te slaan welke het zwaard vasthoud. Kijk nu
zorgvuldig naar de kling, de COP is de plek of centrum waar de kling de
minste vibratie heeft.
The first assignments to Georgia under the TRQN II project took place in September-October 2009. IOM Georgia, Oktober 2009 Gocha Laghidze is an experienced Georgian armourer and restorer currently living in the Netherlands. He was one of the first persons who visited Georgia as part of the TRQN II project. Gocha was hosted by the Georgian National Museum. During his one month assignment, Gocha introduced to the staff of the museum some new techniques used in Europe, and helped the museum with the restoration of several valuable objects kept in its repositories. The restoration included the sword of the King Erekle II, a precious historical relic that required urgent treatment. On 25 September, Gocha Laghidze delivered a presentation in the auditorium of the National Museum where he spoke about his cooperation with the European museums as well as the results of his work in Georgia. The presentation attracted a wide audience and elicited considerable interest among the experts in this field. Gocha’s contribution was received with great appreciation and recognition by the National Museum and other people who had pleasure to work with such a master and a committed supporter of Georgia.
Moderne vakman laat oude tijden herleven Nieuwsbrief Legermuseum # 2, september 2005, door Bart-Jan Lagerwaard / ISSN 1569-4305 Werk van Gotscha Lagidse vult leemten in collectie Historische musea vullen leemten in hun collecties natuurlijk het liefst door het verwerven van authentieke objecten. Soms is dit echter onmogelijk. Volgens de moderne museumethiek is het dan gerechtvaardigd gebruik te maken van replica's. Deze moeten wel van museale kwaliteit zijn, dat wil zeggen technisch en historisch in alle opzichten verantwoord. Het Legermuseum bezit onder andere replica's van het ruiterharnas van Prins Maurits (1567-1625), een piekeniersharnas en een kinderharnas van Maurits. Prachtige objecten, die zijn gemaakt door Vriend en metaalkunstenaar Gotscha Lagidse. In hun soort behoren tot de absolute wereldtop. Eerste opdracht In het vernieuwende deel van de basisexpositie dat die periode van de Romeinen tot en met de Tachtigjarige Oorlog bestrijkt, bevindt zich een ruiterharnas van Prins Maurits. Velen kijken bewonderend naar wat op het eerste gezicht 16e eeuwse vakmanschap lijkt. Een tekstbordje leert echter dat dit metalen maatkostuum van een van onze grote historische helden in 1998 is gemaakt door Gotscha Lagidse. Deze talentvolle Georgiër volgde een opleiding tot elektrotechnisch ingenieur, maar maakte in zijn geboorteland al min of meer hobbymatig wapenuitrustingen en andere kunstzinnige metalen voorwerpen. Begin jaren negentig kwam hij naar Nederland. Om in het levensonderhoud van zijn gezin te voorzien, is hij zich toen op het artistieke metaalwerk gaan toeleggen. In 1996 kwam hij in contact met Jan Lenselink, toenmalig conservator van het legermuseum en in 1997 met Jan Piet Puype, de in 2004 gepensioneerde hoofdconservator van ons museum. Ze vonden het werk van Gotscha van een dermate hoge kwaliteit, dat ze in de context van het museum mogelijkheden zagen. Dit resulteerde in de eerste opdracht: het maken van het "Mauritsharnas". Meer dan replica's De term "replica"doet eigenlijk geen recht aan het werk van Lagidse. Bij een opdracht vormt weliswaar een origineel of een afbeelding het uitgangspunt, maar tijdens de uitwerking geeft hij aan allerlei details een eigen interpretatie. Dit gebeurt op basis van een zekere artistieke vrijheid, maar vaak ook omdat het niet anders kan. Als er bijvoorbeeld alleen een afbeelding beschikbaar is (zoals bij het kinderharnas van Maurits), is daarop altijd maar een deel van het harnas te zien. De maker moet dan aan de rest een eigen invulling aan geven. Dat Gotscha Lagidse zich op overtuigende wijze van deze taak kwijt, blijkt uit het feit dat zijn werk ook door de rijksoverheid van groot belang wordt geacht voor het Nederlandse culturele erfgoed. Op grond hiervan is hem eind 2004 het Nederlanderschap toegekend. Tijdrovend werk Het verwaardigen van topharnassen kost veel tijd. Bij het Mauritsharnas is alleen in de voorbereiding meer dan 400 uur gaan zitten. Het origineel van dit harnas bevindt zich in de collectie van de Hofjagd- und Rüstkammer des Kunsthistorischen Museums in Wenen. Behalve dit ene exemplaar is er op de hele wereld geen enkel ander harnas van een van onze Oranjes bekend. Bij hoge uitzondering kreeg Gotscha toestemming om dit unieke stuk uit elkaar te halen. Op die manier kon hij onderdeel voor onderdeel bestuderen, opmeten en fotograferen. Aan de hand van de aldus verkregen gegevens maakte hij ca.150 werktekeningen. Hierna zijn alle 177 plaatdelen stuk voor stuk volledig met de hand verwaardigd. Dat begint met het op maat knippen en soms zagen van het plaatstal. Wat dan volgt is een moeizaam en tijdrovend proces van in vorm brengen. Onder vele duizenden hamerslagen worden langzaam de contouren van elk onderdeel zichtbaar. Dit gebeurt grotendeels koud met behulp van houtblok, aanbeeld, tassen, staken en speciaal gevormde hamers. Soms is het nodig het materiaal te verhitten, waarbij een acetyleenbrander het ouderwetse smidsvuur vervangt. Na het bereiken van een definitieve vorm begint het afwerkingproces van slijpen, schuren en polijsten. In veel gevallen, zoals bij het Mauritsharnas, volgt nog het " vuurblauwen". Gotscha Lagidse is een ware meester in dit delicate werk. Met de brander verhit hij het glimmend gepolijste metaal zodanig, dat het een prachtige diep donkerblauwe kleur krijgt. Dat moet zeer precies en gelijkmatig gebeuren. Eén moment van onoplettendheid kan het resultaat verloren laten gaan. In het harnas zijn zo'n 800 verguld ijzeren klinknagels, gespen, scharnieren, haken en ogen verwerkt. Eveneens stuk voor stuk met de hand verwaardigd! Als alle onderdelen klaar zijn, kan het assembleren beginnen. Ook hiermee is geruime tijd gemoeid. De honderden klinknagels moeten met groet voorzichtigheid worden aangebracht om beschadigingen aan het omringende metaal te voorkomen. Een waar monnikenwerk, dat een vaste hand en veel vakmanschap vereist! Meesterproef Het maken van het Mauritsharnas is door Gotscha een soort meesterproef geweest die hem veel erkenning opleverde. Helaas heeft alle waardering slechts geleid tot een beperkte aantaal opdrachten. Hoewel jammer, is dit op zichzelf niet onbegrijpelijk. Vooral door de vele tijd die erin gaat zitten, zijn met dit soort werkstukken forse bedragen gemoeid. Voor vriend en wapenverzamelaar Henk Visser maakte Gotscha in 1999 een schitterende 50cm hoge miniatuuruitvoering van het Mauritsharnas. Deze bezorgde hem tijdens de expositie bij het Forum International de la Ferronerie d'Art Cintemporaine 1999 in Luxemburg een eerste prijs op. Nadien volgden onder meer een fraai piekenierskuras met stormhoed voor het Legermuseum (2003) en een sublieme interpretatie van het harnas van Jan van Schaffelaar voor het Veluws Museum Nairac (2004). Kinderharnas van Maurits In december 2004 vond de overdracht plaats van het kinderharnas van Maurits, de derde opdracht die Gotscha Lagidse voor ons museum heeft uitgevoerd. De collectie kende nog geen kinderharnas, zodat wederom een leemte is gevuld. Als voorbeeld diende een schilderij van Maurits op ongeveer twaalfjarige leeftijd dat deel uitmaakt van het Koninklijk Huisarchief. Op dit doek is hij afgebeeld in een harnas dat bestaat uit een helm, een kuras, een ringkraag en wapenhandschoenen. Bij het totstandkomen van dit werkstuk diende de 13 -jarige zoon van de maker regelmatig als model. Ook nu is sprankje van een juweeltje van vakmanschap dat iets aandoenlijks heeft. Wederom heeft Gotscha Lagidse bewezen dat hij over een bijzonder talent beschikt!
Maatpakken van metaal Nieuwsbrief van de Vereniging Vrienden van Archeon, december 2006, jaargang 11. # 6, door Bart-Jan Lagerwaard Harnassen maken, een vak apart
Zo´n metalen maatpak kostte in de middeleeuwen al een klein vermogen., ondanks het feit dat menselijke arbeid toen aanzienlijk slechter werd betaald dan tegenwoordig. Door de ontwikkeling van het vuurwapens raakte het ambacht van harnasmaker uiteindelijk in de vergetelheid. In de negentiende eeuw was er een opmerkelijke opleving. de industrialisering was begonnen en als reactie daarop werden de middeleeuwen geromantiseerd. Veel van de toen verwaardigde replica´s horen echter tot de categorie decoratiemateriaal. De wereldwijde ontwikkeling van levende geschiedenis als hobby zorgt sinds da jaren zestig van de vorige eeuw voor een nieuwe opleving. Er is sindsdien behoefte aan functionele harnassen. Fraaie, historisch min of meer correcte werkstukken die echt kunnen worden gedragen en bescherming bieden tijdens nagespeelde toernooien en veldslagen. Aanvankelijk vooral in de Verenigde Staten en Engeland., maar nu ook in andere landen. Een deel van deze moderne harnasmakers bereikt opmerkelijke resultaten. Sommigen verdienen er zelfs hun brood mee. Museale kwaliteit De moderne harnassmeden vormen een selectie groep die de kennis en vaardigheden bèzit om harnassen van museale kwaliteit te maken. Dat wil zeggen stukken die historisch volkomen correct zijn en door het vakmanschap van de maker niet onderdoen voor originele exemplaren. Dergelijke harnassen kunnen op een verantwoorde wijze leemten in museale collecties vullen. In het algemeen is hier geen sprake van replica´s, maar van reconstructies. Afhankelijk van de complexiteit zijn met zo´n reconstructie 2000 en 3000 werkuren gemoeid, inclusief voorstudies. Het hier getoonde harnas is verwaardigd zo´n unieke vakman. Het is de in Georgië geboren Gotscha Lagidse. Sinds hij in 1994 naar Nederland kwam, heeft hij zich hier een reputatie als expert verworven. het werk van Gotscha is een voorbeeld voor menig amateur/harnasmaker. zie ook www.gotscha.nl.
Art without borders The Messenger, Tbilisi, 24 juni 2005, By Nino Kopaleishvili Georgian goldsmith Gotscha Lagidze is one of those artists who believe that art does not have borders. Having worked on traditional Georgian weapons and armor since he was a teenager, Lagidze reproduced a suit of armor that belonged to Prince Maurits of Nassau in 1998 for the Delft Royal Netherlands Army and Arms Museum. Calling it his "favorite work," Lagidze keeps another masterpiece of Prince Maurits at his delightful Dutch-style house in Roosendaal, in the south of the Netherlands. Lagidze has been living in the Netherlands since 1994 with his wife Lela and three children Giorgi, 17, Lasha, 15, and Sophia, 9. Lagidze has been cooperating with different museums in the Netherlands over the years and in 2003 he made a reproduction of the chain mail of Jan van Schaffelaar, Holland's national hero from the 15th century. "The work on it continued for three-four years. To help raise funds, it was decided to make the armor in the style that St. George dressed. It was important not to violate historical rules," he states. In 1999 Lagidze received first prize at the international forum in Luxembourg for modern art in steel. "I took my miniature to the forum before it was completed. The event was really important," he said. In addition to working on different projects Lagidze also teaches at Amsterdam State University. However, he admits there are not many students who are interested in work on steel, mainly for commercial reasons. "Such things are difficult to do and this art is disappearing gradually," he says. "But it is such an intellectual discipline." Now he plans to try his hand in other fields more available to public. "Now I am designing street lamps which are for the public. The first ten copies will be produced soon," he says. Chain mail of the famous Georgian King Earlier this year, Lagidze received an offer from the Georgian playwright Dato Turashvili to design chain mail for a film about Georgia's famous king Davit Aghmashenebeli. "Probably I will travel to Tbilisi. It is important to do it in Tbilisi," he says. "The chain mail of Davit Aghmashenebeli is not on a fresco. That is why I want to do it not only for the movie, but for a museum." His love for designing old war equipment exists hand in hand with his love of Georgian history. He was particularly interested in Khevsurian armor and often traveled to the region to study this equipment in the years 1985-88. "Everything started from my teacher Juansher Jurkhadze, who taught me history," he says. "Once I had a knife that I made myself. He took it and said it was no good. The next day he presented me with a little sword," he said. Later, Lagidze happened to visit his teacher's home and was amazed at the collection of old Georgian equipments. "I decided to do steel chain mail and I did it ... probably this man got me on the right track," he adds. Looking back to his home country "Georgia is my home country and nothing can change that," says Lagidze, adding, however, that there are many things in Dutch society that he would like to see transferred to Georgia. Lagidze and his family often watch Georgian television channels and search for news on the internet about Georgia. "I am sympathetically disposed to the events taking place in the country now. We are happy about all the good changes happening in my country," he declares. Lagidze, who participated in the two civil wars in the 1990s in Abkhazia and South Ossetia, says that the defeat was the final straw which drove him to leave the country. "Defeat in Abkhazia was a great disappointment and this became one of the reasons why I left Georgia," he says. "In my opinion there was certainly a mistake as this should not have happened but I do not know how it started." Several months ago, Lagidze, who is now a citizen of the Netherlands, applied for dual citizenship and hopes to become a citizen of Georgia again. "I really want to get it, but I am trying not to think what the answer will be," he said.
Het harnas van Jan Trouw, 18 juni 2005, door Haro Hielkema Het is niet de echte harnas van Jan van Schaffelaar, maar hij had het gedragen kunnen hebben toen hij sprong. In het Veluws Museum Nairac koesteren zij de aan eengeregen blikken replica, omdat er geen geschikt origineel harnas uit de tijd van Van Schaffelaar bestaat. Wát er nog uit die tijd is, is alleen verzameling roest. Ruim vijfhonderd jaar nadat Van Schaffelaar van de kerktoren in Barneveld sprong (16 juli 1482), is zijn vechtpak vorig jaar na ruim 2000 arbeidsuren gereconstrueerd door de Georgische edelsmid Gotscha Lagidse, die eerder al een replica had gemaakt van het harnas van prins Maurits moet hebben gedragen. Voor Van Schaffelaar diende een schilderij van Frederich Herlin uit 1462 als voorbeeld. Het harnas waarin hij St. Joris in zijn strijd tegen de draak uitbelde (van top tot teen in het blik, gesloten helm), was destijds populair in Europa. Jan van Schaffelaar had het heel goed als outfit gekozen kunnen hebben, tot en met de hippe rode puntschoenen. Het levenseinde van Jan is legendarisch. Bij het belegering van de kerktoren door de Hoekse soldaten, wilden de de kabeljauwse bezetters zich overgeven. Dat kon alleen als ze eerst Van Schaffelaar uit de galmgaten van de toren zouden gooien. Dat wilden ze niet, waarop de legeraanvoerder zich met zijn gehele gewicht van de trans wierp, met de woorden: "Lieve gezellen, ik moet toch eenmaal sterven, ik wil u geen moeilijkheden bezorgen". Hij overleefde de val, maar werd door zijn vijanden gedood.
Royaal Legermuseum Defensie Krant, 13 januari 2005 Den Haag - niet alleen strijdharnassen, maar ook de kleine harnasjes van koningskinderen zijn te zien op de tentoonstelling "Heavy Metal, Europese harnassen in het vizier" in het Legermuseum in Delft. half december werd hier een bijzonder harnas aan de collectie toegevoegd een replica van het kinderharnas van prins Maurits (1567-1625). Het is gemaakt door harnassmid Gotscha Lagidse, naar het voorbeeld van een schilderij. half december werd in het bijzijn van groep 7 van de Prins Mauritschool uit Delft de laatste hand gelegd aan het harnasje, waarna het op bijzondere wijze wordt opgenomen in de expositie. Op de expositie staan de kleine gestaalde figuren van de latere machthebbers van Europa: Karel V, de Habsburger Albrecht, Philips III van Saksen, Ferdinand Karel van Oostenrijk en Vladislav van Poolen. In het Legermuseum zijn deze staaltjes van vakmanschap, vormgeving en smeedkunst te bewonderen. De historische sierharnassen - uit diverse Europese topcollecties samengebracht - zijn waarschijnlijk nooit meer in deze unieke combinatie te zien. De koningszonen waren destijds nog kinderen toen zij een harnasje kregen aangemeten waarin zij met hun vader meeliepen in een parade of oefenden in de schermsport. Het was allemaal gericht op hun latere leven als heerser op het Europese machtstoneel. Kinderen nog, maar in hun opvoeding stonden oefening, tucht en discipline voorop en dragen van een harnas hoorde daarbij. Ook prins Maurits (1567-1625) droeg als een kind een harnas. Op een schilderij uit 1578 staat hij als twaalfjarige jongen in een geblauwd kuras met vergulde versieringen, met naast zich zijn helm en en wapenhandschoenen. Onbevangen kijkt hij ons aan. bewust, zo lijkt het, van de taak die hem wacht in de Tachtigjarige oorlog met Spanje. Het harnas op dit schilderij vormde het enige voorbeeld voor de harnassmid Gotscha Lagidse. De expositie laat zien dat bepantsering van alle tijden is en dat er verband bestaat tussen een krijger in harnas en een astronaut, ijshockeykeeper of hard rocker. een verrassende, snelle videoclip legt de link tussen bepantsering toen en nu en hoe is het harnas geëvolueerd tot de outfit van een skater, schermende madonna of een American footballspeller. Het legermuseum is gevestigd aan de Korte Geer in Delft en is van maandag tot en met vrijdag geopend van 10.00 uur tot 17.00 uur en in het weekeinde van 12.00 uur tot 17.00 uur.
De unieke Schellenbomen blinken weer BN DeStem, 30 november 2004, door Willemijn van Hees
Van honden kop ...
In een opstelling over de Tachtigjarige Oorlog mag Prins Maurits natuurlijk niet ontbreken. Het origineel harnas van Maurits bevindt zich in de collectie van de Hofjagd- und Rüstkammer des Kunsthistorischen Museums in Wenen. Gotscha Lagidse, een van de laatste wapensmeden, heeft aan de hand van dat harnas een replica gemakt. Dat staat nu - inclusief de deuk in de borstplaat, een teken dat het bestaand is tegen een musketschot - in het museum. Lagidse kreeg bij zeer hoge uitzondering in 1998 toestemming van het museum in Wenen om het harnas uit elkaar te halen en elk onderdeel, van borstplaat tot vingerkotje te bestuderen, fotograferen en op te meten. Van die gegevens maakte hij werktekeningen. De 177 onderdelen zijn daarna met de hand verwaardigd; knippen, zagen, in vorm hameren - koud of door verhitting - en vervolgens slijpen, schuren en polijsten. Het harnas van Maurits is 'vuurgeblauwd' om de prachtige, diepe zwartblauwe te krijgen. De 800 ijzeren klinknagels, scharnieren, haken en ogen zijn allemaal met hand gemaakt. Monnikenwerk! Maurits was ongeveer twaalf jaar oud toen dit portreet van hem gemaakt. Een jongen nog, in de geblauwde kinderharnas met vergulde banen en randen. Slechts de afbeelding van dit portret had Lagidse tot zijn beschikking toen hij in 2004 het afgebelde kuras, de helm, de ringkraag en de wapenhandschoenen namaakte. Zijn 12 jarige zoon diende regelmatig als model.
Bepantsering vandaag de dag
The forger of iron and steel The World of Constant Connection - Informational and Scientific Magazine, 3 (23) 2004, By Nino Chichinadze Georgia
and Medieval Holland – on the face of it, these two countries seem to
have nothing in common. However, it is the art of our country-man –
Gotscha Lagidse that has revived several pages of the medieval history
of Holland.
How did he manage to do that? Gotscha, who has been living and working
in A
young Georgian man first showed interest in this strange and rare scope
of activity – the fighting equipment of the knights of the past
centuries when he was a schoolboy. It was at the age of 14 when assisted
by his pedagogue, a history teacher Juansher Jurkhadze, that Gotscha
created his first work – Gudamakarian “khabalakhi” (a warrior’s
helmet with woven steel chains). It was this very teacher of history who
“infected” a student of the Komarov mathematical school with this
interesting and romantic field. During his studies at the Georgian
Polytechnic Institute, he keenly familiarized himself with our ancestors’
ammunition. In 1985-89 he restored a Khevsurian war helmet, a hauberk (a
chain mail), metal plates protecting the arm, iron gloves, a
shoulder-strap, a shield and sword. The following figures give an idea
of the complexities and labour intensiveness of this task: the chain
mail is made up of 56,000 small rings where each ring is prepared by
means of a cold hammering technique. Each ring is linked to four other
rings. It took Gotscha two months to create this ring-armour using 9
kilograms of steel material. In 1988 a Georgian television film “A
Shirt of Mail” acquainted Georgian viewers with Gotscha Lagidse’s
creative work. The same year, the Artists’ Union of Georgia conferred
on him the title People’s artist of Georgia.
From the end of 1980s the scope of this activity expands: on Zurab
Tsereteli’s personal order he creates a number of monumental works,
starts to work as a metal restorer at the State Ethnographical Museum of
Architecture and Culture named after Academician G.Chitaia and takes
active part in exhibition. The
ammunition of the heroes of the Middle Ages, created by the artist in Holland,
became a landmark in Gotscha Lagidse’s work. For 10 years the Royal
Netherlands Army Museum in the city of Delft was unsuccessfully looking
for an artist who would be capable of making a copy of the armour of a
national hero of the 16th-17th centuries –
Maurice of Orange (1567-1625), the Count of Nassau and it was to our
countryman – Gotscha Lagidse, that the specialists entrusted this
responsible task. Creating a western knight’s armour has been
Gotscha’s dream for a very long time. Maurice
of Orange was a famous statesman, a commander in-chief and an army
reformer. Like his father – Wilhelm I of Orange, he fought against the
Spaniards. A magnificent victory in this war marked the liberation of
the Netherlands
from Spain. Prince
Maurice’s only surviving suit of armour was made in 1590 and is kept
in the For
Gotscha it was the first attempt to create a life-size west European
suit of armour. His preceding works ware represented by miniature
models. In an interview to al local newspaper, he said that he found the
preparation of the helmet particularly difficult because its shapes and
details had to be highly precise. Gotscha’s
next work is associated with the name of another hero of the Netherlands
– Jan van
Schaffelaar. In this case the artist had more difficult task to cope
with. The thing is that five centuries the interest in this hero had not
diminished in the Netherlands. Unfortunately, Van Schaffelaars armour
has not survived. He is the hero of many novels, poems, works of art
and, naturally, research works and, therefore, it was a common desire to
have his armour displayed in his country’s museum. “He is a real
commander, he wears a helmet on his head and his body is completely
covered with armour” – this is how the chronicle about Van
Schaffelaar describes him. Following extensive discussions and long
consultations, a decision was made to create armour similar to that
depicted on Friedrich Herlin’s painting “The Miracle of St.
George”, which dates back to 140 and is kept at historical museum of
the city of Nordlingen. The presentation of this work, executed by
Gotscha Lagidse, took place in the spring of 2004. Along with
Gotscha’s talent and zeal, such success could perhaps also be
attributed to the artist’s chivalrous soul and romantic nature. To
have a clear idea of Gotscha Lagidse’s activity, it is certainly
worthwhile to refer this original jewellery – a peculiar
“collection” of ladybirds and other insects. This is what the master
says himself: “I am fascinated by coats of mail and armour – real
arming of the warriors; but don’t ladybirds and turtles also protect
themselves with their own “armour” – their shells and testa? I
think that everything has cuirass – some are visible and others –
invisible.” Silver, copper
and iron ladybirds differ by the manner of execution. One can feel a
special love of nature in these works and the artist attitude to them is
manifested in the names given to them by their creator: “Picasso”,
“Ladybird on ice” and others. “At first I hesitated – I was not
certain whether the name was chosen by me for my adorable ladybird was
acceptable. Later on, however, when I saw Picasso Citroen cars in the
streets, I thought I had full authority to do so.” A contemporary
design, fine workmanship, artistic mastery of them form material imparts
these works with exceptional charm. It
has been almost decade since Gotscha’s artistic works have beautified
the galleries and museums of Holland, Luxembourg
and Germany. In 1999
his artistic miniature “Maurice” was recognized as the best exhibit
of the International Modern Art Exhibition organized by UNESCO and the
Luxembourg Ministry of Culture. The Georgian master shares his
workmanship and love of his art with interested audiences at lectures
and seminars, concurrently continuing his restoration activity. As
far back as 28 centuries ago, one of the inscriptions of the Assyrian
King, Sargon the Great (714 B.C.) contains a description of the trophy
seized during his invasion of the
"Een goed harnas betekende het verschil tussen leven en dood" Amersfoortse Courant, Barneveldse Krant gemeente Barneveld, door Renate Koning, 15 mei 2004 Barnevelds enige nationaal bekende held Jan van Schaffelaar heeft een harnas gekregen. "het is een prachtig stuk vakwerk geworden", laat Priscilla van Leeuwen van het Veluws Museum Nairac weten. Het laatgotische harnas zit "hem" gegoten en zal samen met nog enkele andere harnassen te zien in het Barneveldse museum. Het harnas is een eindresultaat van "Een harnas voor Jan" project. Het "ijzeren maatpak" werd donderdag tijdens een feestelijke presentatie onthuld. In het museum stond al een harnas, ooit aangeschaft in een curiosawinkel. "Het is volstrekt namaakexemplaar dat ook nog te klein is. Ik kreeg regelmatig de reactie 'de mensen uit de middeleeuwen waren een stuk kleiner dan nu', verteld hoofdconservator Priscilla van Leeuwen van Museum Nairac tijdens haar toespraak. Toen het oog van Priscilla van Leeuwen op een artikel viel over een ruiterharnas dat gemaakt was voor Prins Maurits en tentongesteeld was in het Legermuseum te Delft, besloot ze contact op te nemen met Gotscha lagidse, maker van het harnas, en Jan Piet Puype, hoofdconservator van het Legermuseum. Samen met beeldend kunstenaar en wapensmid Gotscha Lagidse, oorspronkelijk afkomstig uit Georgië, ging hij het harnas voor Jan maken. Er waren geen concrete gegevens over het harnas van Jan van Schaffelaar bekend. Er werd een voorbeeldharnas gezocht dat Jan qua tijd en stijl heel goed gedragen zou kunnen hebben. Gotscha koos als inspiratiebron een klassiek gotisch harnas dat op het schilderij St.Joris en de draak van Frederich Herlin staat afgebeeld. "Gezien het tijdsperk, waarin Jan van Schaffelaar leefde moet het theoretisch mogelijk zijn dat hij dit harnas heeft gedragen", verteelt Gotscha Lagidse. Hij vermoedt dat gotische harnas oorspronkelijk uit Italië komt. De helm vond Lagidse het moeilijkst om te maken. "Vooral omdat het wel goed draagbaar moet zijn". Hij bekeek tientallen modellen van helmen. Het harnas is gemaakt van twee millimeter dik plaatstaal en weegt ongeveer veertig kilo. "Door te staal verhitten kun je het met een hamer in de juiste vorm kloppen", legt Lagidse uit. In totaal heeft hij 1900 uur aan het harnas gewerkt. Dat is een klein jaar. Vormgevoel. Volgens Puype komt er bij het werk van een wapensmid, zoals Gotscha lagidse, heel veel kunstenaarschaap kijken. "Zo moet je over een groot inlevings- en vormgevoel beschikken, aangezien je alles van een platje moet halen. Ook is de anatomische kennis van het menselijk lichaam een vereiste voor een wapensmid, want het harnas moet natuurlijk wel kunnen worden aangetrokken". Maatpak. het harnas dat door Gotscha Lagidse is gemaakt, is een typisch Westers harnas. "Een harnas is geen kwestie van versiering. Een goed harnas maakt het verschil tussen leven en dood", aldus Puype. "Het ijzeren maatpak moest bescherming bieden, maar tegelijkertijd moest de 'ridder' zichzelf ook goed kunnen bewegen. Zo konden ridders in de 15de eeuw niet zo maar even hun helm afzetten of het vizier openen op het slagveld. Want je moest de vijand letterlijk en figuurlijk 'in de gaten houden'. Hierdoor kwam het wel eens voor dat ridders in hun harnas stikten", aldus Puype. Aanwinst. Het harnas van Jan van Schaffelaar is volgens hem uniek in Nederland en zeker de moeite waard om eens een keer te bezichtigen. Het Museum Nairac is ook erg blij met deze aanwinst. "We zijn als museum erg trots dat we dit fenomenale stuk werk van Gotscha Lagidse aan onze collectie mogen toevoegen", laat Priscilla van Leeuwen weten. Het harnas zal onderdeel gaan uitmaken van de vaste opstelling van het Museum Nairac. Een aantaal sponsors, waaronder Fortisfonds Barneveld, het Anjerfonds en het K.F. Heinfonds heeft het project "Een harnas voor Jan van Schaffelaar" gefinancierd. Op de tentoonstelling van de andere werken, alle verwaardigd door Lagidse, is ook het ruiterharnas van Prins Maurits te zien.
Rode puntschoenen voor Van Schaffelaar Amersfoortse Courant, door Bert van de Kruk, 15 mei 2004 Rode puntschoenen heeft Jan van Schaffelaar aan, althans de Jan van Schaffelaar die gehuld in splinternieuwe ridderharnas is te bezichtigen in Museum Nairac in Barneveld. "Heel hip," vindt hoofdconservator Priscilla van Leeuwen. Het Veluwse streekmuseum is zeer ingenomen met zijn nieuwe aanwinst: een laatgotisch harnas voor 'de enige bekende held' uit Barnevelds geschiedenis. Tot nu toe moest Van Schaffelaar het doen met een fantasieharnas uit de curiosawinkel, veel te klein voor een volwassen man. Het nieuwe harnas voor de man die op 16 juni 1482 van de toren van Barneveld sprong om het leven van zijn kameraden te redden, is historisch helemaal varantwoord. Het is gecreëerd door beeldend kunstenaar en wapensmid Gotscha Lagidse, die eerder een harnas voor Prins Maurits verwaardigde. Het resultaat van zijn tweeduizend uren werk mag er wezen. Het harnas van geblauwd metaal glimt de museumbezoeker tegemoet. Wie een robuuste en plompe verschijning verwacht, komt bedrogen uit. Hier staat een slanke man, klaar voor de strijd. "Kijk eens naar de mooie slanke taille," zegt van Leeuwen met glimmende ogen. "Dit harnas past helemaal in het modebeeld van de 15de eeuw. Het bouwt voort op het Griekse ideaalbeeld van de mooie man; de Grieken waren dol op het volmaakte menselijke lichaam." Het is maar de vraag of Jan van Schaffelaar aan dit ideaalbeeld beantwoordde. Van de goede man is eigenlijk niks bekend. Pas sinds een paar jaar staat vast dat hij daadwerkelijk geleefd heeft. Daarmee houdt de informatie ook zo'n beetje op. Maar dat Barnevelds held een ridderharnas gedragen heeft, durft Van Leeuwen wel voor haar rekening nemen. "Dat was gewoon zijn beroepspraktijk: je kan moeilijk in je onderbroek oorlog gaan voeren. Een goed harnas hoorde erbij. Het was het verschil tussen leven en dood. Daar had een ridder dus ook een hoop geld voor over". Ook het kleine museum heeft een hoop geld moeten uitgeven voor het harnas, vindt de conservator. Toch stond voor haar meteen vast dat het harnas er moest komen. "We moeten Jan van Schaffelaar koesteren. Als figuur biedt hij een goede ingang voor een roerige periode in onze geschiedenis. Omdat hij zelf niks heeft nagelaten, moeten wij dat idee wat meer aankleden. Letterlijk." De uit Georgië afkomstige Gotscha Lagidse werd daarvoor benaderd. De 39-jarige kunstenaar nam een schilderij van Joris en de draak uit 1460 als uitgangspunt voor Jan van Schaffelaars harnas. Vervolgens begon de handwerk, het eeuwige tikken van het verhitte metaal tot het uiteindelijk zijn goede vorm vindt. "Honderdduizenden keren tikken, misschien wel een paar miljoen keer, om de vorm goed strak te krijgen." Is dat eenmaal het geval, dan volgt het eindeloos polijsten met een fijne vijl. Lagidse: "Ik begin altijd met het ingewikkeldste, dus met helm. Als de helm goed is dan komt alles goed." Daarna volgen de andere onderdelen, in totaal meer dan vierhonderd. Onder het harnas draagt Van Schaffelaar een maliënkolder en kledij die Lagidses vrouw maakte. Daarna moest de ridderhoofdman natuurlijk een gezicht krijgen. Dat was een lastige keuze, vindt ook conservator Van Leeuwen. Maar uiteindelijk heeft Van Schaffelaar 'een schattig koppie' gekregen. "Met een lichte five o' clock-shadow onder zijn wangen. Want hij zal zich niet geschoren hebben, zo vlak voor de strijd." Het harnas van Jan van Schaffelaar is blijvend te bezichtigen. Daarnaast is tot 28 augustus een kleine tentoonstelling van Gotscha's andere werken.
IJzeren `maatpak` voor Jan Barneveldse Krant, 13 mei 2003 BARNEVELD - Jan van Schaffelaar heeft sinds gisteren een nieuw harnas. Het fraai laatgotische ijzeren kostuum is het eindresultaat van het project `Een harnas voor Jan`. Beeldend kunstenaar en wapensmid Gotscha Lagidse is de maker ervan. Gisteren werd zijn creatie tijdens een feestelijke presentatie in Veluws Museum Nairac onthuld door Les Bos van het Fortisfonds Barneveld. Jan Piet Puype, voormalig hoofdconservator van het Legermuseum te Delft hield bij de presentatie een inleiding over: `Een goed harnas: het verschil tussen leven en dood`. Behalve het harnas van Jan van Schaffelaar zijn de komende maanden ook enkele andere harnassen te zien in het Barneveldse museum.
'Harnas maken is puur kunst’ BN DeStem, Door Romain van Damme. 6 mei 2004 Gotscha Lagidse werkt als een van de beste harnasmakers in een atelier in Roosendaal. Pure kunst zeggen deskundigen uit de hele wereld. Dat doet Lagidse, die onlangs de laatste hand legde aan een harnas van Jan van Schaffelaar, deugd. „Ik ben kunstenaar.“ Roosendaal
– In zijn sobere atelier verontschuldigt Gotscha Lagidse zich, als hij
een kinderhelm in elkaar zet. „Tijdens de productiefase is het niet
mooi. De helm moet nog gepolijst en versierd worden. “ Als de Georgische
edelsmid vertelt over zijn werk, laat hij zijn natuurlijke bescheidenheid
varen. Dan spreekt hij met vaste stem en duldt hij geen tegenspraak.
Gotscha Lagidse weet waarover hij praat. Het is zijn droom, zoals
hij ook nog eens terug wil naar zijn geboorteland Georgië. „Ik volg de
ontwikkelingen op de voet. Van Sandra Roelofs uit Terneuzen, nu
presidentsvrouw, kreeg ik vorig jaar een brief, waarin ze me vroeg of ik
haar stichting die mensen in nood helpt, wilde steunen. Ik heb haar nu een
e-mail gestuurd, want ik wil zeker wat doen voor mijn land.“
Schellenbomen in goede handen BN De Stem, Door Willemijn van Hees. Zaterdag 10 april 2004 ZUNDERT – De Georgische edelsmid Gotscha Lagidse uit Roosendaal is volop bezig met de restauratie van de schellenbomen van Harmonie Nut & Vermaak uit Zundert. Hij vindt dit één van zijn mooiste opdrachten tot nu toe omdat hij er veel van zijn expertise als specialist in kwijt kan én omdat hij de schellenbomen van museale waarde vindt. „Soms
krijg ik een opdracht waar ik niet helemaal tevreden mee ben, maar
meestal heb ik wel het geluk hele mooie opdrachten te krijgen. Dit is
echt een heel mooi werk: echt specialistisch om het helemaal in de
originele staat terug te brengen. Een museaal werk. Het is niet aan mij,
maar het zou een plek verdienen in een museumcollectie vanwege de
cultuurhistorische waarde. Dan kunnen er heel veel mensen van
genieten“, vertelt Lagidse. Lagidse is ook geïnteresseerd in het Turks-Islamitische ontwerp van de schellenbomen. „Ik vraag me af waarom voor dit ontwerp is gekozen. Heeft de maker Pillot dat gedaan of kreeg hij hiertoe de opdracht en waarom? Ik zie het spiritueel: het heeft niet alleen bepaalde symboliek maar een betekenis en iets magisch. Het ontwerp is heel bijzonder: soms is het ontwerp mooier dan hoe het gemaakt is, maar het is ook mooi gedaan. Pillot heeft zijn best gedaan. Hij moet wel goede gereedschappen hebben gehad 160 jaar geleden, want sommige onderdelen zijn geperst, zoals de wereldbollen, vandaar dat die zo dun zijn. Ook een mooi idee dat dominee Theo van Gogh en misschien zelfs Vincent deze schellenbomen misschien wel hebben gezien.“ Zelf is hij ook benieuwd naar hoe mooi de schellenbomen zijn als ze helemaal af zijn en vindt hij het werk uitermate inspirerend. Alhoewel urenlang per dag solderen en vijlen niet echt gezond zijn voor een mens, geeft hij toe.
Passie. Lagidse heeft een academische opleiding gevolgd in Georgië
en mag zich ingenieur en Volksmeester van de Kunsten noemen. Tijdens
zijn studie heeft hij een passie ontwikkeld voor wat eerst een hobby en
later zijn beroep zou worden: het maken en restaureren van harnassen.
Schellebomen
worden als nieuw BN
De Stem, Door
Willemijn van Hees. Zaterdag
14 februari 2004. Door René Kloeg.
Het beeld van Jan van Schaffelaar Barneveld Nu, 20 september 2003 Naam Jan van Schaffelaar staat in een monsterrol van Gelderse krijgslieden, die in 1476 deel uitmaken van een groot leger dat de Bourgondische hertog Karel de Stoute in Lausaanne (Zwitserland) bijeenbrengt. Het leger moest de Zwitsers onderwerpen, maar is daar niet in geslaagd. Jan van Schaffelaar heeft dat echter overleefd. In het Veluws Museum Nairac is een harnas te bewonderen, dat toont hoe een militaire ruiter als Jan van Schaffelaar destijds was gekleed. Het harnas is echter te klein voor een volwassen man. Daarom wil het museum een ander, groter harnas hebben dat bovendien historisch verantwoord is. Hiertoe heeft het museum de Georgische kunstenaar Gotscha Lagidse in het Brabantse Roosendaal in de arm genomen, die gespecialiseerd is onder meer historische harnassen. Er is opdracht verstrekt voor het maken van een beeld met een harnasmodel zoals dat op een schilderij van Frederich Herlin uit 1460 voorkomt, waarop Sint Joris en de draak zijn afgebeeld. Dit model harnas was destijds in heel Europa populair, waardoor er een (kleine) kans is dat Van Schaffelaar het ook heeft gedragen. Midden 2004 zal het klaar zijn en zal het feestelijk overgedragen aan het museum. Dankzij steun van de Fortis Fonds, het Anjerfonds en het K.F. Heinfonds is het mogelijk geworden het beeld met harnas te laten maken. De historische figuur Jan van Schaffelaar is beroemd geworden doordat zijn dood in annalen is beschreven. Dat de verhalen daar omheen een eigen leven zijn gaan leiden in alleen maar goed voor Barneveld.
Maatwerk voor Maurits BN De Stem, 25 januari 2003, door Romain van Damme BERGEN OP ZOOM, zaterdag 25 januari 2003 - Als Gotscha Lagidse vertelt over zijn werk, glinsteren zijn ogen als het glanzend materiaal waarmee hij middeleeuwse harnassen maakt. De Georgiër maakt er meestal twee. Een voor zijn opdrachtgever en een voor zijn eigen collectie. Hij bouwt harnassen van prins Maurits perfect na en doet met het Hollandse militaire erfgoed wat niemand anders kan. Volgens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen hij een wezenlijke bijdrage levert aan het Nederlandse cultureel erfgoed. Voor hem op tafel pronken twee helmen en ligt een boek vol historie:
Van Maurits tot Munster. In zijn atelier aan de Auvergnestraat in Bergen op Zoom is het
koud. Het deert hem niet. "Als ik werk, voel ik de kou niet." Veroveraars
- Maar wat hij ook maakt en bedenkt, zijn grote liefde is het harnas. Als Lagidse praat
over harnassen, gaat het verleden leven. Jan Piet Puype: "Lagidse is Georgiër. Tot
in de jaren dertig van de vorige eeuw werden in dat land veel harnassen gemaakt. Het zit
die mensen in de genen." Texel - Nu woont hij in Roosendaal en werkt in Bergen op
Zoom. "Waarom Nederland? Een goed land. Georgië heeft iets met Nederland. In '45
vocht een Georgisch bataljon op Texel tegen de Duitsers. Honderden soldaten hebben daar
het leven gelaten. Zoiets boeit me." Wenen -
Museumdirecteur Jan Piet Puype: "Ik heb zijn werken zeer kritisch bekeken.
Op basis van die bevindingen hebben we besloten om hem de opdracht toe te vertrouwen: een
replica maken van het harnas van prins Maurits van Nassau. Het origineel wordt bewaard in
de Hofburg te Wenen." Lagidse is beleefd en laat zich niet snel verleiden tot een oordeel. In al zijn bescheidenheid verwijst hij naar websites over harnassen. Die klikt hij ook vaak aan. Aarzelend: "De kwaliteit die ik nastreef, vind ik dan niet. Maar ik wil niet zeggen dat ik de allerbeste bent." Dat doen anderen wel. Puype: "Ik heb zijn werk eens laten zien aan een beroemde Duitse expert, die voor onderzoek historische zwaarden namaakt. Hij zei: Lagidse is een fantastische edelsmid die geweldige dingen maakt. Onvoorstelbaar goed." Dichter bij huis verliest directeur Frans Grijzenhout van het Instituut Collectie Nederland waar Lagidse les geeft, zich in superlatieven. "Uniek op het terrein van historische metaalbewerking, zijn kennis van militaria en zijn algemene inzetbaarheid worden door de opleiding en de studenten van het instituut bijzonder gewaardeerd. Wij hopen dan ook in de toekomst veelvuldig van de diensten van Gotscha gebruik te maken." Anatomisch
- Drie jaar geleden won Lagidse op het Internationale Forumexpositie in het Luxemburgse
Bourglinster de eerste prijs. Puype: "Je moet niet alleen een goede edelsmid zijn om
dit te kunnen maken. Je moet inlevingsvermogen hebben, vormgevoel. Hij moet ook een zeer
grote anatomische kennis van het menselijk lichaam hebben. Het harnas moet zo gemaakt
worden dat het ook gedragen kan worden." Puype: "Hij maakt harnassen op museumkwaliteit. Ze kunnen in de musea tentoongesteld worden. Dat is een verrijking van de Nederlandse cultuur, omdat het meestal gaat om het opvullen van een hiaat, waarvan complete originele stukken in geen enkele Nederlandse collectie meer voorhanden zijn." Hiaten zijn er nog genoeg. Lagidse: "Er is nog zoveel moois te maken. Prins Maurits had een verguld harnas. Hij droeg dat als kapitein-generaal. Dat harnas is alleen maar op schilderijen te zien. Dat wil ik reconstrueren." Ach, hij wil nog zo veel. Naar Wenen reizen en kijken naar het allermooiste harnas. Gedragen door aartshertog Sigmund. "Het harnas van Hendrik de Achtste is ook schitterend. Dat staat in het Royal Armouries Museum in Leeds. Prachtige stukken zijn dat." Zijn ogen glinsteren weer. "Zo mooi. Dát harnas maken, is mijn droom."
Armamentaria /
Selectie uit de aanwinsten.
Jan Piet
Puype en Frans.A.Th. Smits
Afbeelding 1 toont het bovengedeelte van het harnas, namelijk het borstkuras, de schouderplaten en de armharnassen. afbeelding 2 toont het voorwerp ten voeten uit. Voor een foto van de harnassmid, de in 1965 in Georgie (Kaukasus) geboren Gotscha Lagidse, verwijzen we naar het jaarverslag van 1998. Het origineel was reeds twee mal tijdelijk in ons museum, voor tentoonstellingen in 1989 ('Oranje op de bres') en in 1998 ('Van Maurits naar Munster'). Het Legermuseum betreurt het dat er op gehele wereld geen enkel origineel harnas van één der oranjevorsten meer te vinden is, behalve dit ene exemplaar van Maurits van ca.1590, dat telkens terug moest omdat het niet permanent in bruikleen kon worden gehouden. De bruikleengever, de Hofjagd- und Rüstkamer des Kunsthistorischen Museumms in Wenen , stond ons bij hoge uitzondering toe dat wij het originele harnas uit elkaar mochten nemen en zorgvuldig, onderdeel voor onderdeel, door de Georgische meester te laten opmeten, natekenen en kartonen sjablonen laten maken. vervolgens verwaardigde Lagidse de replica binnen 9 maanden. exclusief voorbereidingstijd is er 1600 uur aan het harnas gewerkt. Het materiaal was gewalst plaatijzer (van de Hoogovens) in de diktes 1,1.2, 1.5, 2 en 3 mm dat werd verwerkt in de 169 losse platen waaruit het harnas bestaat. net zoals bij het origineel zijn borstkuras en helm kogelvrij. en zijn dikste platen daarin verwerkt. de platen werden koud gesmeed indien zij slechts gebogen moesten worden, en warm indien er bollingen moesten worden uitgehamerd. In het harnas zijn 450 vergulde klinknagels, scharnieren, haken, ogen en pallen verwerkt, stuk voor stuk met de hand gesmeed. Ofschoon het Legermuseum gewoonlijk authentieke voorwerpen verzamelt, is voor deze in meerdere opzichten waardevolle replica een uitzondering gemaakt en opgenomen in de verzameling.
Voor het weggaat, zal ik er leven in blazen Brabants Dagblad, 12 december 1998 Georgische kunstenaar maakt replica van het harnas prins Maurits - Maanden heeft hij eraan gewerkt. Als door een mysterieuze kracht gedreven soms weken achtereen. Nu is het bijna af. De replica van het ruiterharnas, dat prins Maurits gedragen heeft rond 1590, in het atelier van Gotscha Lagidse (33) staat het robuust en statig op een sokkel. Alsof het zó weg kan lopen. Gotscha komt uit Georgië. Hij raakte al jong geboeid door de Middeleeuwse wapenrustingen uit Azië en Europa. Als hobby begon hij ze na te maken en later ook te restaureren. Daarmee kreeg Gotscha bekendheid en besloot hij zich te specialiseren in het kunstsmeden. Aan de muur van zijn atelier hangen twee maliënkolders. Compleet met schild, hoofdtooi, wapenhandschoenen en zwaard. De uitrusting is tot in detail afgewerkt. De ringetjes die het "breipatroon" van de maliënkolder vormen, zijn door midden van kleine gaatjes en nageltjes aaneen geregen. Een gigantisch werk waarna naast vakmanschap, een overdosis geduld voor nodig is. " Na bezoeken aan musea, een enkele expositie en het rondsturen van foto's kreeg ik in Nederland wat bekendheid", vertelt Gotscha. Tijdens de open dag van het Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum in Delft kwam ik in contact met hoofdconservator Jan Piet Puype en daar is deze opdracht uitgekomen." Acht maanden werkte Gotscha bijna onafgebroken aan zijn meesterwerk. "Ik wist dat ik het kon, al had ik het nooit eerder geprobeerd"- zegt hij trots. "Ik was me er steeds van bewust dat ooit iemand anders dan ik gedaan had wat ik nu deed. En dat maakte het heel bijzonder". De specialisatie die Gotscha in zijn vingers heeft, begint erg zeldzaam te worden. In Nederland is volgens Puype niemand meer die dit kan. "Het is altijd mijn droomwens geweest het harnas van prins Maurits hier in het museum te hebben. Maar van het origineel kan geen sprake zijn. Dat bevindt zich in Wenen en wordt alleen zo nu en dan uitgeleend. Dus toen de gelegenheid zich voordeed, hebben we daarmee ingestemd". Gotscha heeft een serieuze studie gemaakt van het originele harnas toen dat in Nederland geëxposeerd werd. Met witte handschoenen aan en geobserveerd door twee camera's, nam hij zorgvuldig de maten van alle 169 deelplaten. De replica wijkt in niets af van het origineel waarvan de rugplaat ontbreekt. Ook het kwaliteitsmerk, een deuk van een musket in de borstplaat, is erin aangebracht. Als straks alle vergulde klinknagels op hun plaats zitten en de dubbel gebeitelde lijnen langs de randen zijn aangebracht, is het harnas klaar. Ondertussen is hij behoorlijk met zijn werkstuk vergroeid. Het zal hem moeilijk vallen de volgende week afscheid te nemen. "Ze moeten het dan maar snel meenemen, maar voor het weggaat zal ik er leven in blazen". Dan wil Gotscha het maken van wapentuig even loslaten. Zijn volgende werkstuk wordt een lieveheersbeestje met zilveren vleugels. "En liefst in een atelier met 'levend vuur'.
Knights armour from the hands of a Georgian blacksmith Gotscha Lagidse An article from "Hephaistos", 5 June 1999 In an improvised workshop he produced the replica of a suit of armour last year, which had been worn by Prince Maurits of Nassau 400 years ago. The original can be seen in the Art-History Museum in Vienna. On the initiative of Gotscha Lagidse this work was commissioned by the main curator of the Army and Weapon Museum in Delft Jan Piet Puype. The detail measurement of the original suit of armour on loan in Delft and the production of templates and models took 400 working hours alone. The actual production of the armour took 1,5000 working hours. The past of the suit of armour weighing 40 kilograms (88 lbs.) at 168 centimeters (62.2 in.) were hammered from plates of one to three millimeters (.39 to 1.18 in.). After comparison of the original, the finishing touches and the bluing with the flame were done. Gotscha Lagidse worked with "cold" techniques predominantly, in some cases heating was done by flame, and 800 fastening units, rings, et cetera, were used. His passion for the production of knights armour started during the schooldays of Gotscha Lagidse already when a history teacher awakened his enthusiasm for knighthood. With the help of this teacher, he produced his first work, a Georgian helmet.
De belevenissen van een wapensmid Delftsche Courant, 16 januari 1999 Lagidse begaf zich in Nederland in kringen van kunstsmeden en al gauw kreeg men zijn talent in de gaten. "Ik mocht meewerken aan een expositie in het Maritiem Museum van Texel", zegt de 33 - jarige Lagidse. "De directeur van het museum raadde mij aan om bij het Legermuseum in Delft langs te gaan. Ik heb toen een brief geschreven en op een open dag ben ik met wat werk bij hem langs gegaan. Later kreeg ik een brief terug met de vraag of ik het harnas wilde maken van prins Maurits". Hoofdconservator J. Puype van het Legermuseum was direct enthousiast over het vakmanschap van Lagidse. "Al een jaar of tien wilden wij een replica van het harnas van prins Maurits laten maken, maar de juiste smid konden we niet vinden. Ik heb contact gehad met het Nederlands gilde van kunstsmeden, maar daar bleek niemand geschikt te zijn voor de opdracht. Toen ik het werk van Lagidse zag, wist ik, dat hij onze man was. Nu achteraf kan ik zeggen dat hij de beste is die ik ken". In de ruimte van de voormalige militaire garage in Den Bosch werd een smederij voor Lagidse ingericht. Het aambeeld kreeg hij van het Delfts museum, het overige gereedschap werd geschonken door een rijke verzamelaar van harnassen. De periode tussen het krijgen van de opdracht en het afleveren van het harnas was voor Lagidse een zware tijd. Niet zozeer lichamelijk als wel geestelijk. De opdracht die hij had gekregen was namelijk niet mis. "Zon groot Europees harnas had ik nog nooit gemaakt. Ik maakte voornamelijk miniatuurharnassen", zegt hij. "Ik begon heel enthousiast, maar na een tijdje werd dat minder. Ik had ook andere dingen aan mijn hoofd. Als ik het echt moeilijk had belde ik een monnik die ik ken, hij zorgde ervoor dat ik weer rustig werd. Toen ik eenmaal een hand van het harnas af had en zag dat het goed was, kreeg ik er weer zin in. Ik heb mezelf opgedragen dat ik werken moest en dat deed ik. Soms elf of twaalf uur per dag". Lagidse zegt zich geïnspireerd te hebben gevoeld door het contact met de conservator van het Legermuseum. Hij kijkt naar een foto van Puype, die aan de muur boven zijn bureau in de smederij hangt. "Om de drie dagen belden we elkaar om de vorderingen te bespreken. Het leek wel of er een soort telepathie tussen ons bestond. Volgens mij is hij nu van plan een boek te schrijven over het ontstaan van het harnas". Achteraf ziet Lagidse de hele periode als een wonder, een sprookje. "Dat ik vanuit Georgië hier terecht kwam en via via met meneer Puype in aanraking kwam noem ik geen toeval. Het is van bovenaf gekomen. Dat ik alles op tijd af had en het harnas op tijd bij het museum kon afleveren is gewoon Gods werk. Ik vind het nog steeds ongelooflijk", zegt Lagidse in zijn geïmproviseerde smederij. "Het was een sprookje voor mij. Toen het harnas eenmaal weg was, had ik veel verdriet, want ik miste het". Lagidse houdt duidelijk zielsveel van zijn werk. Hij pakt een boek erbij, waarin oude meesters staan en slaat het open. Hij laat een ets zien van het atelier Michelangelo. "Kijk, wat een mooie werkplaats hij toen al had, zoiets wil ik over een tijdje ook hebben. Zie je die mooie kleren die Michelangelo draagt. Dat bewijst dat hij een grote meester was. Wij zijn tovenaars", grapt hij. Maar hij meent het. Nu het verhaal van het harnas voorbij is, stapt Lagidse het liefst zo snel mogelijk in het volgende sprookje. Hij heeft al veel opdrachten gekregen, in Europa, maar ook in Amerika. Het liefst gaat hij verder met vrije werk. "Maar daar is op het moment niet zo goed van te leven als van harnassen.
Alleen deze man kon dit harnas namaken De Volkskrant, 15 december 1998, door Christie Hoofmeester Tien jaar lang zocht het Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum in Delft zonder succes naar een smid met voldoende vakkennis om een kopie te maken van het ijzeren harnas van prins Maurits uit 1590. Tot dat Gotscha Lagidse zichzelf tijdens een open dag van het museum de juiste man toonde. Vrijdag staat zijn werk in het museum. In zijn smederij in Den Bosch is Lagidse na 1600 arbeidsuren bezig met het laatste beenstuk. Aan de muur hangen twee maliënkolders, helmen en talloze foto's van de originele wapenuitrusting, die in Wenen staat. De vergulde klinknagels, de 169 deelplaten, de deuk in de borstkas, zelfs het ontbreken van de rugplaat en de rechter wijsvinger: Lagidse heeft alles perfect nagemaakt. Hij heeft nauwelijks kans gehad om het origineel te bestuderen. Het maken van harnassen was niettemin zijn droom. "Een harnas is het symbool van de macht van een natie. Al vanaf mijn 14e ben ik bezig met oorlogstuig. Nederlandse harnassen uit de zestiende en zeventiende eeuw zijn zeer beroemd en gracieus". Hoofdconservator Jan Piet Puype van het Legermuseum: "In heel Europa ken ik niemand die zowel goed in het smeden is, als anatomisch zo'n perfecte stijl heeft. In Georgië hebben mensen tot het begin deze eeuw nog harnassen gemaakt. Lagidse is meer dan zomaar een blikknipper. In de toekomst hoop ik vaker met hem samen te werken, hij kan onze naam gebruiken, we zijn vakmanschap". Over het harnas, dat vanaf januari in het Legermuseum is te zien, heeft Lagidse zich minder zorgen gemaakt. Eén dag van de anderhalf jaar dat hij aan het metalen pak werkte, betwijfelde hij of het wel goed zou worden. "Het was spannend werk", zegt hij, "vooral het maken van de helm". Daarvan luisterden de vormen heel nauw. "Ik was er alle dagen mee bezig, begon vaak om zes uur in de ochtend. En als je aan het werk bent, hoef je niet de hele tijd na te denken". Zoals voor de toekomst. "Ik wil daar alleen maar positief over zijn. Ik ben een Georgisch Kunstenaar en ik wil graag ook een Nederlands Kunstenaar worden. Het liefst zou ik autonoom werk maken, van zilver of brons."
Prins Mauritsharnas op het Legermuseum Delftsche Courant, 18 december 1998 DELFT - Het Koninklijk Leger- en Wapenmuseum in Delft is eindelijk in het bezit van een replica van het harnas van prins Maurits. Jarenlang werd gezocht naar een geschikte smid, maar die werd in Nederland niet gevonden. Uiteindelijk bleek de Georgiër Gotscha Lagidse de juiste man te zijn."Eigenlijk heeft hij ons gevonden, licht hoofdconservator J. Puype toe. "Twee jaar geleden meldde Gotscha zich bij ons om zijn werk aan te bieden. Al snel had ik in de gaten dat hij een uniek vakman was". In een geïmproviseerde atelier bij Den Bosch is Gotscha in maart begonnen met het werken aan de replica van het harnas. "Wij hebben hem een aanbeeld geschonken. Henk Visser, een rijke verzamelaar, heeft de rest van het benodigde gereedschap gesponsord", aldus Puype, die trots is op de nieuwste aanwinst van het museum. Het originele harnas van prins Maurits is al ruim 400 jaar onderdeel van een Oostenrijkse harnasverzameling. "In 1596 schonk Maurits zijn harnas aan aartshertog Ferdinand von Tirol. De aartshertog verzamelde harnassen van beroemde Europese koningen en generaals", legt Puype uit. "Nu is het harnas in het Kunsthistorisch Museum in Wenen". Net als het origineel heeft de replica een deukje in de buikstreek. "Dat deukje is afkomstig van een 18 millimeter kogel uit een musket, een groot geweer uit de tijd van Maurits. Het was een gewoonte dat harnassen werden getest voordat ze werden afgeleverd. Het deukje bewijst dat het niet een sier-, maar om een echt oorlogsharnas gaat", aldus Puype. Tamtam - De hoofdconservator was eigenlijk van plan om het harnas in januari met "veel tamtam" te presenteren, maar omdat de pers al op de hoogte was gebracht heeft hij het harnas gisteren al aan de collectie van het Museum toegevoegd. "Gotscha heeft afgelopen week toen hij klaar was het Brabants Dagblad ingelicht over zijn werk. Daar schrok ik best van, want toen wist iedereen dat er een kostbaar harnas op een minderbeveiligde terrein was. Gotscha heeft de laatste twee nachten dan ook bij het harnas in atelier doorgebracht om roof of beschadiging tegen te gaan'. Sinds afgelopen nacht kunnen beide heren weer rustig slapen: het harnas staat veilig achter glas. De lang gekoesterde wens is ingewilligd.
Galerie "Bremmer", Tilburg, 03 september 2000 Dr. Z. Kalanda / kunstcriticus Realiteit en dromen, kindertijd, dagelijkse impressies en de spirituele achtergrond van het geboorteland. Verschillende combinaties van het hierboven genoemde zijn op verschillende niveaus werkzaam bij het scheppen van kunst. Gotscha is geboren en opgegroeid in Georgië. Dit zonnige land, herbergt een rijkdom aan een zeer oude cultuur en mythologie en is bekend om zijn speciale leefwijze en bestaande oude tradities. Door archeologen zijn specifieke Georgische wapenuitrustingen gevonden vanaf de achtste eeuw voor Christus. De Griekse historicus Heradotos maakt al in de vijfde eeuw voor Christus melding over de tradities en kunst in het harnasmaken in Georgië. Georgiërs zien het harnas niet enkel als een middel tot fysieke verdediging maar het symboliseert ook hun spirituele kracht. Dat kan een van de redenen zijn waarom soms het harnas en/of wapenuitrusting aan Christelijke kerken werd geschonken. Eén van de attributen van een Georgische wapenuitrusting is het maliënkolder, wat is gemaakt door ringen aanelkaar te sluiten. De ringen zelf kunnen verschillend van vorm zijn; dat is afhankelijk van het doel en het creatieve proces van de maker. Zowel maliënkolder als andere onderdelen van wapenuitrustingen werden traditioneel gemaakt vanuit kunstenaars attitude. Daarom is bijna elke Georgische wapenuitrusting anders en verschillend van elkaar door deze stilistische en creatieve onafhankelijkheid van de maker. Gebaseerd op dit filosofisch fundament en met inzicht in de wapenuitrusting, brengt Gotscha met bijna vergeten technieken deze oude kunst weer tot leven. Hij maakt wapenuitrustingen binnen het artistiek creatief proces en brengt nieuwe dimensies en nuances in vorm, zowel in de grote delen als in details. Daarom heeft zijn werk in deze richting een zeer sterke eigen identiteit en heeft daarmee een hoge originele en artistieke waarde. Met deze door hem beheerste technieken schept hij ook kleine sculpturen, waardor deze ook heel bijzonder zijn. Deze sculpturen hebben veelal ronde vormen, wat een zekere stilistische richting aangeeft. In het werk van Gotscha kun je ook sterk Christelijke symbolen zien, met als bedoeling het diep spiritueel fundament van de mensheid te verbeelden. Maar ook zie je bij Gotscha persoonlijke symbolen zoals: de bloem - symbool van schoonheid, de bolvorm - als symbool van het universele van vorm/of idee.
Gotscha Lagidse smeedt cultuur tot kunst Door Bernard de Haas, journalist, 1999 Eelsmid uit Georgië - het vaderland van ijzer en brons - waar de metaalkunst altijd hoog in aanzien staat. Georgië ligt tussen de Kaspische Zee en de Zwarte Zee aan de noordelijke grens van Iran, gebieden waar eeuwenlang Perzen, Turken, Russen en in deze eeuw ook Duitsers aanspraak op maakten. De vrijheidsdrang van de Georgiërs en hun militante geschiedenis zorgden voor de ontwikkeling van een rijke cultuur. Tot in de negentiende eeuw had elke familie nog zijn eigen complete wapenrusting aan de muur. Metaal hoort bij de cultuur van dit land. Een enthousiaste leraar wakkerde in de jonge Gotscha de belangstelling voor wapens en wapenrustingen uit de geschiedenis aan. Met zijn aangeboren talenten, groeiden kennis en kunde tot een ware passie voor harnassen, zwaarden en maliënkolders. Op jonge leeftijd restaureerde hij de oude uitrusting van zijn familie. Door het werken met het en het restaureren van oude wapenrustingen, maakte hij zich de metaalkunst eigen. Tijdens zijn studie aan de technische universiteit verwierf hij het predikaat 'Volksmeester van kunsten'. Vanaf 1994 verblijft en werkt Gotscha in Nederland en is al geliefd als kunstenaar. Thans is hij in Georgië en in Europa erkend als een van de belangrijke experts op het gebied van restauratie en reconstructie van historische harnassen. Gotscha maakt schitterende miniaturen van ridders in wapenrusting, maar hij kan ook complete harnassen, helmen en maliënkolders op ware grootte creëren. Het liefst werkt hij voor musea, die oude ridderuitrustingen beheren. In 1998 voltooide Gotscha, in opdracht van Nederlandse Legermuseum, een replica van het harnas van Prins Maurits naar zijn persoonlijke ruiterharnas. Onze roemruchte stadhouder liet dit harnas maken in het jaren 1590-1595. Er werden net in die periode verbeterde ruiterharnassen ontwikkeld. Dit enig overgebleven harnas van de prins is een van de weinig authentieke harnassen die bewaard gebleven zijn. Het is een echt strijdharnas, sober en slechts veertig kilo licht, waarin de ruiter zich goed kon bewegen. Maurits gaf dit harnas van Nederlandse makelij cadeau aan, nota bene de Rooms katholieke aartshertog Ferdinand von Tirol. Ferdinand was een fervent verzamelaar van wapens en harnassen en in het jaar 1601 publiceerde hij een catalogus van zijn verzameling. In het overzicht is ook het harnas van Maurits opgenomen. Blijkbaar had de protestantse Maurits, ondanks de Hollandse vijandschap met de Spaanse koning Philips II, geen moeite met persoonlijke vriendschap met de Roomse kerkvorst van Wenen. In 1998 is het 350 jaar geleden, dat de vrede van Munster een einde maakte aan de Tachtigjarige oorlog. Het Legermuseum heeft het harnas geplaatst in een tentoonstelling, die gewijd is aan de strijd, de tactiek en aan de wapens uit de Tachtigjarige Oorlog. Het is mogelijk dat onze schoolboekjes Maurits als strateeg te veel lof toezwaaien. Maar het is de grote verdienste van de prins, dat hij zijn legers trainde, tot elke manoeuvre feilloos als door één man werd uitgevoerd, naar het voorbeeld van de Romeinse legioenen in de glorietijd van het Romeinse rijk. Gotscha is een van de vier of vijf wapensmeden in Europa die een historisch verantwoorde kopie op ware grootte van het harnas van Maurits maken kan. In Georgië werkte Gotscha, behalve voor musea en particulieren, ook voor het atelier van Tsereteli, de man die het monument voor het gebouw van de Verenigde Naties ontwierp. Gezien de geschiedenis van zijn land gaat de belangstelling in Georgië in de eerste plaats uit naar Gotscha's buitengewone vaardigheden als harnasmaker. Voor een compleet maliënkolder, waarvan Georgië zeven verschillende soorten kent, steekt hij dag in dag uit, maanden lang zelfgesmede ijzeren ringetjes door elkaar. Elk ringetje wordt aan de uiteinden dicht geklonken. In 1996 organiseerde het Maritiem Museum Texel een herdenking van de Georgische opstand tegen de Duitse bezetting op het eiland. Gotscha toonde er een complete wapenrusting op ware grootte. Tijdens de tweede wereldoorlog kozen de Georgiërs aanvankelijk de kant van de Duitsers tegen de Russen die Georgië bezet hielden. Met de Duitsers kwamen er ook Georgiërs naar Texel. De strijdbare Georgiërs, die eeuwen lang hun land van vreemde overheersing wisten te vrijwaren en de vrijheidlievende Texelaars begrepen elkaar. Achthonderd Georgiërs moesten vechten tegen een overmacht van zeker drie bataljons van ongeveer 3600 man. Op Texel liggen 476 Georgiërs begraven op een speciale erebegraafplaats. Op een houten monument achter glas las men: Hier rusten de dappere strijders van het dappere Georgische bataljon, die op het eiland Texel allen tot de laatste adem hebben gevochten voor hun vrijheid tegen de Duitse terreur. Behalve in wapens en wapenuitrustingen toont Gotscha zijn kunstenaarschap in beelden en sculpturen. Hij exposeerde vroeger al in Oostenrijk. In Nederland is op verschillende plaatsen werk van hem te zien geweest. Zijn beelden kenmerken zich door de lichtvoetigheid die ze uitstralen. Hoewel van ijzer, zilver en koper wekken zijn lieveheersbeestjes de indruk elk moment te kunnen wegvliegen. IJzeren bloemen in perfecte balans wenden zich levendig naar de zon. De Heilige Nino is de beschermheilige van Georgië. Zij maakte een kruis van druiventakken. Aan dit kruis hebben de Georgische kruisen hun enigszins afhangende armen te danken. Gotscha maakt Georgische kruisen vooral van ijzer, maar ook van zilver voor een altaar of kleiner, om aan een ketting te worden gedragen. Voor "de Vader van de Smeedkunst", professor Alfred Habermann, maakte Gotscha een ketting van gesmede ijzeren ringetjes met op elk van de ringen de naam van de professor en op de andere kant de naam van diens echtgenote. Habermann is professor van het Europees Centrum voor Monumentenzorg en Restauratie in Venetië, zonder enige twijfel in Europa het belangrijkste instituut op dit gebied. Het werk van Gotscha valt op door buitengewone artistieke en ambachtelijke vaardigheid en vakkennis, door zorgvuldig detailleren zonder overdrijven, hoge eisen stellend aan de afwerking en vooral door groot kunstenaarschap. "... Ik teken niet zoveel van tevoren", zegt hij. "Ik haal de vormen uit het metaal, zoals ik ze voel, zonder veel passen en meten. Dan valt er wel eens te veel af dat nergens meer voor te gebruiken is. Dat hoort eigenlijk niet, maar het is nu eenmaal mijn manier van werken."
Keurmerk Metaalschrift, nr. 2, 2000. Uitgave van OOM en O+A, door L. Knoop Gotscha Lagidse (34) fantaseerde als scholier over veldslagen tussen zijn moederland Georgië en Perzische of Turkse troepen. Vooral over de schitterende wapenuitrustingen. In opdracht van het 'Delftse Legermuseum' heeft Gotscha een ruiterharnas van prins Maurits nagemaakt. Gotscha heeft Maurits harnas gekopieerd in zijn werkplaats bij Den Bosch. Toen het Legermuseum het origineel uit Wenen in 1998 te gast had, kwam Gotscha tien keer naar Delft om alle harnasdelen op te meten en te fotograferen. Daarna bestelde hij staalplaat in diverse diktes. Niet roestvrij, want dat kenden 16e eeuwers niet. Wel blauwde Gotscha het staal, met een brander. Musketkogel. Het kostte een jaar denk- en millimeterwerk, maar Gotscha smeedde een perfecte replica. RTL5 filmde hoe Gotscha de 169 onderdelen uiteindelijk met scharnieren in elkaar zette. In het Legermuseum kom je het tweelingbroertje van Maurits harnas vanzelf tegen: in de collectie van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Maurits vocht net als ´Pa´ Willen van Oranje tegen Spanje, maar werd vooral bekend als militair vernieuwer. Hij vormde brute huurtroepen om tot een keurig beroepsleger. Dat Maurits niet groot was, verraadt zijn harnas. Opvallend ook dat de rechter wijsvinger en het rugstuk missen: net als bij het origineel. Op buikhoogte flikkert een kogelinslag. Een moordaanslag op Maurits? Welnee. Dit puntje garandeerde dat het een strijdharnas was, geen sierstuk. Gotscha bracht dit kwaliteitsmerk wel aan, maar niet met een musket. Allerklassiekst. Veertin was Gotscha toen hij zijn eerste helm maakte. Daarna leerde hij het edelsmeden: Ik keek in ateliers rond hoe het moest. Gotscha had goede ogen, want in Nederland is geen betere wapensmid te vinden. Wat hij momenteel doet? Ik heb een miniatuurharnas gemaakt. Van ijzer, het alleroudste materiaal!"
Pronkstuk Brabants Dagblad, door A.K. Beekman, 7 september 2000 Beeldende kunst, Expositie in Galerie Bremmer te Tilburg Picasso, zo heet dit lieveheersbeestje. Het is één van mijn favoriete stukken. Die naam kwam in mij op toen ik het aan het maken was. Het is dus meer een gevoel. Picasso is wel mijn favoriete kunstenaar. Hij heeft net als ik in veel stijlen gewerkt. Het lieveheersbeestje is voor mij ook een nieuwe stijl. Ik heb nog wel even getwijfeld of ik het wel naar Picasso kon noemen, maar toen ik die Citroën Picasso zag rijden, wist ik zeker dat het wel ging. Ik hou van lieveheerbeestjes. Ik heb een bijzondere band met de natuur en het lieveheersbeestje is de beschermer van de bloemen en planten. Een heel moedig beestje. In 1994 ben ik naar Nederland gekomen. Georgië is mijn moederland. Het lieveheersbeestje noemt men daar Chia-Maia. Net als lieveheersbeestje een hele mooie naam. Als mensen in Georgië iets kwijt zijn, roepen ze ook naar de lieveheersbeestjes. Die helpen dan met zoeken. Als kind was ik al verliefd op ze. Het is een heel mooi, aardig en goed diertje. Behalve het lieveheersbeestje zijn er op de expositie ook harnassen te zien. Harnassen fascineren me. De letterlijke harnassen, maar ook een lieveheersbeestje of schildpad heeft er één. Dat zijn allemaal pantsers die kunt zien. Maar volgens mij heeft alles een harnas, soms zichtbaar en soms onzichtbaar. Vier jaar geleden heb ik voor het eerst een lieveheersbeestje gemaakt. In totaal heb ik er nu tien. Ze zien er allemaal heel anders uit en hebben ook allemaal een andere naam. Zo is er ook eentje die 'Lieveheerbeestje op ijs heet. Ik heb ook andere materialen gebruikt voor de kevers: zilver, koper, messing en ijzer. Voor Picasso heb ik ijzer en zilver genomen. Het is mijn favoriet omdat het de allerbeste is uit de serie. Het is ook de bedoeling dat het iedere keer beter wordt. Het lieveheersbeestje is met veel vakmanschap gemaakt, dat wel. Maar de techniek, komt voor mij echt op de tweede plaats. Ik maak een ontwerp in mijn hersens en zie het voor mijn ogen. Daarna maak ik het gewoon.
Georgie / Tbilisi-1988, "The Beatles" zongen Axalgaxrda Komunisti, Tbilisi - 5 juli 1988, door Mamuka Patshuahvili Onlangs waren voorbijgangers getuige van een vreemde scène voor de uitgeverij. Een moderne jongeman, maar wonderlijk gekleed. Een fotograaf maakte fotos. De jongeman was erg gespannen, probeerde niet te letten op de voorbijgangers, en wachtte op de fotograaf die kalm zijn werk deed. De mensen keken nieuwsgierig naar de jongeman, gekleed in wapenrusting met helm, die ook niet het Khevsurisch zwaard niet had vergeten. Iedereen dacht dat ze hier een film aan het opnemen waren. Maar de zaak zat heel anders in elkaar... Onze fotocorrespondent, Oleg Gvelesiani, was fotos aan het maken van de 4e jaars student aan het Technische Universiteit van Tbilisi, Gotscha Lagidse, die een zelfgemaakte wapenrusting droeg. Dit waren moeilijke momenten voor Gotscha, die alles doet voor zijn werk, maar niet om ermee te pronken. Om op klaarlichte dag zonder schaamte met zijn eigen werk tevoorschijn te komen, was niet gemakkelijk voor de bescheiden man. Maar hij kon het verzoek van onze redactie niet weigeren, en op dat ogenblik werd de foto genomen. Nooit meer gezien, wie daar zo in Tbilisi binnendrong. Hetzelfde gevoel hadden de Elizarashvili's, de laatsten die wisten hoe je Georgisch "Djavari" (Zaren) kon maken. Ze wilden het geheim van deze kunst niet laten verdwijnen en ontliepen ook niet de kans het aan een ander te leren. Georgië was samen met India beroemd om de productie van het beste "Djavari" staal in de wereld. Er was geen beter zwaard in de wereld dan het Georgische. In Tbilisi leefde in de negentiende eeuw de familie Elizarashvili, waarvan voorouder Giorgi een belangrijk Meester was. Hij had de kunst geërfd en later aan zijn zonen en kleinzonen doorgegeven. De productie van het zwaard was geheim. Maar één van zijn zonen, Kharaman, gaf in 1828 het geheim van de Georgische zwaardstaal productie, alsook zijn eigen modellen aan Rusland. Generaal Paskevich stuurde deze modellen naar Tsar Nocholai de eerste. Snel nadien werden er vanuit de Russische fabriek van Zlatoust de vooruitstrevende meesters Ivjakov, Djatlov en de Duitse Meester Vasil Golfers naar Georgië gezonden. Maar de mensen die dit vak kenden zeiden vaak, dat de Russische meesters wel goede zwaarden in Tbilisi maakten, maar dat niet konden doen in Rusland, omdat enkel theoretische kennis blijkt niet genoeg was. Deze dagen is het recept van Elizarahvilis staal bekend. Indisch ijzer "Vuts", Georgische Hoefijzers, Georgische staal en gietijzerpoeder wordt dooreen gemengd. Maar het recept alleen is niet voldoende. Je moet praktische kennis, geduld en professionele bekwaamheid hebben. Gotschas droom is het om zo'n zwaard te smeden. Hij deelde dit idee met Temur Sulkhanishvili en vroeg hem om hulp. Temur Sulkhanischvili is de persoon die de Poort van het Rustaveli Theater heeft gereconstrueerd. Na het zien van Gotscha werk besloot deze hem te helpen. Het woordje "werk" is snel gezegd. Maar Gotscha kent de waarde ervan. Het begon al vroeg op school. In die tijd raakte hij door zijn geschiedenisdocent geïnteresseerd in het restaureren van Georgische wapenrustingen. Deze toonde hem exemplaren met schild. Gotscha zat toen in het 9e leerjaar. Vanaf toen werd Gotscha een frequent bezoeker van het Kunstmuseum van Georgië. Hij stond uren wapenrustingen en helmen te bestuderen. Later maakte hij zelf een helm, daarna proef van de maliënkolder. Het werk was erg moeilijk, moeilijker dan hij zich had voorgesteld, maar tegelijk attractief. Hij zat er uren aan, werkend en kijkend naar het staaldraad. In dezelfde kamer zongen "De Beatles". De tijd verstreek. Zijn liefde werd groter. Hij wist dat hij klaar was om een Georgische wapenrusting te maken. Hij werkte bijna de hele zomer. Het meest arbeidsintensieve was het maken van de maliënkolder. Hierin zijn 56000 kleine ringen, in totaal 9 kg staal verwerkt. In de maliënkolder is elke ring verbonden met vier andere ringen. Gotscha werkt twee maanden aan de vervaardiging van het pantserhemd. Dan maakte hij de armstukken en de helm. Later maakte hij het Chevsurische zwaard met geelkoperen schede en het schild. Niet alleen specialisten raakten geïnteresseerd in zijn werk. Iedereen vond het mooi, maar de specialisten schatten Gotschas werk op waarde. Zij verleenden hem de titel "Meester van Volkskunst". Het werk van Meester werd naar Oostenrijk gezonden om te exposeren en later naar vele tentoonstellingen. De grote Georgische kunstenaar Guram Gabahvili vermeldt dat Gotscha erg geliefd, doelgericht en een vaderlandslievende jongeman is. Gotscha zal spoedig vader worden en zijn kinderen zullen ook de liefde voor oude kunst hebben, en ze zullen de geheimen van dit vak beheersen. Gotscha is nog jong, en heeft nog veel tijd om meer te doen. Binnenkort zal hij aan het instituut af studeren. Hij is van plan... om een West-Europese wapenrusting te gaan maken.
|
harnassen,
harnassen, harnassen, harnassen, harnassen, harnassen, harnassen, harnassen,
harnas, lantaarn, lantaarns, modern lantaren, modern lantarens, klassieke
lantaarn, klassiek lantarens, lantarens, exclusieve verlichting,
koperen lantaarns, Amsterdamse lantaarn, Amsterdamse lantarens,
buit