Home               

 

Tubal / First  Blacksmiths in Georgia

Tubals (Tabals) and Meshechs (or Meshekhs/Mosokhs) were most ancient, non-IndoEuropean and non-Semitic indigenous tribes of Asia Minor and the Caucasus of the 3rd-1st millennias BC. They were Proto-Iberian tribes. Descendants of Tubals and Meshekhs are Georgians. The Book of Genesis (chap. 10) gives us the descendants of Noah's three sons, Shem, Ham, and Japheth. We are told that the sons of Japheth were Gomer, and Magog, and Madai, and Javan, and Tubal, and Meshech, and Tiras. Tubals, Khalibs, Mosiniks were founders of metallurgy. According to majority of scholars the ancient country of Tubal (Tabal) comprised the area of Great Cappadocia (now territory of Turkey). Already the modern scholars identified the term Tubal with Tabal, Tobal, Jabal and Tibarenoi. Many authors, following Josephus (1st century AD), related the term to Iber. Concerning the question of the ethnic affinity of the population of Tubal, Josephus wrote: "Tobal gave rise to the Tobals, which are now called Iberians". This version was repeated by Eustathius of Antioch, Bishop Theodoret and others. Iberians were Georgians, the population of the Kingdom of Iberia (Eastern and South-Eastern Georgia). One of greatest Georgian historians of the 20th century, Ivane Javakhishvili, considered Tabal, Tubal, Jabal and Jubal to be ancient Georgian tribal designations. On the evidence of Hecataeus, Herodotus, Xenophon, Strabo and others, the Georgian (Kartvelian) tribe of  Tibarenoi lived in the north of the territory of  Tubal. Main sources of the history of Tubal are also Assyrian texts of the 9th- 7th centuries BC, the Cappadocian tablets and the hieroglyphic-Luwian inscriptions of the 9th - 8th centuries BC.

GESCHIEDENIS GEORGIň TOT EN MET 18e EEUW

GeorgiŽ werd al bewoond in de prehistorie. Er zijn menselijke resten gevonden uit het Plio-pleistoceen, ca. 1,8 miljoen jaar geleden. In het stenen tijdperk woonden er overal op het Georgische grondgebied mensen. Archeologische vondsten van ca. 400.000 jaar v.Chr. tot 100.000 jaar v.Chr. zijn gevonden in de bergachtige gebieden, het binnenland en aan de kust van de Zwarte Zee. Ongeveer zes tot zevenduizend jaar geleden begon men in dit gebied naast stenen ook metalen voorwerpen te gebruiken.
Ca. 5.000 jaar geleden, in het bronzen tijdperk, werd GeorgiŽ bewoond door stammen die nauwe banden met elkaar onderhielden. De huidige bevolking stamt direct af van deze oudste bewoners van de Kaukasus. In het derde millennium v.Chr. verspreidden Georgische stammen zich over het huidige GeorgiŽ en Noordoost-AnatoliŽ. In de 12e eeuw v.Chr. ontstond het eerste verbond van Georgische stammen, de Diaukh, aan de bron van de rivieren Eufraat en Chorokhi. In de 8e eeuw v.Chr. werd Diaukh veroverd en verwoest door het Voor-Aziatische koninkrijk Urartu. Urartu begon ook oorlogen tegen het tweede Georgische verbond, Colchis. Ca. 720 v.Chr. werd Colchis, nu onder de naam Colchida, verwoest door de Kimirians uit het noorden, maar zij wisten hun koninkrijk weer tot bloei te brengen door de landbouw, de veeteelt en de metaalnijverheid te ontwikkelen. Ze stichtten verder steden en gebruikten zilveren munten voor de handel met o.a. de Grieken.
Colchida verzwakte echter en werd in de derde eeuw v.Chr. verwoest, en de oostelijke gebieden hoorden vanaf die tijd tot het Oost-Georgische koninkrijk Iberia (of Kartli). Iberia was al in de vierde eeuw v.Chr. ontstaan na een strijd om het leiderschap, gewonnen door het verbond gevestigd in de stad Mtscheta. Het grondgebied breidde zich uit onder leiding van de aristocraat Parnavazi van het Kaukasus-gebergte tot aan de bron van de Eufraat. Iberia was een rijk, militair sterk land met hoog ontwikkelde landbouw en veeteelt. Aan Armeense koninkrijken verloor Iberia in de 2e eeuw v.Chr. een aantal gebieden. Colchida werd geannexeerd door koning Mithridates VI van Pontus. In de 1e eeuw v.Chr. woedden er verschillende oorlogen tussen Mithridates en de Romeinen. Iberia sloot zich bij Mithridates aan maar werd meteen daarop binnengevallen door de Romeinen onder leiding van Pompeus en in 65 v.Chr. werd het leger van Artag, koning van Iberia, verslagen.
Er werd een vredesverdrag gesloten waardoor Iberia een bondgenoot van de Romeinen zou worden. Ook Colchida werd door de Romeinen veroverd. Iberia wist haar positie weer aanzienlijk te verbeteren, wat voordelig was voor de Romeinen die zo een sterke bondgenoot in het oosten hadden. Door deze sterke positie breidde het grondgebied zich weer langzaam uit. De verloren gebieden in het zuiden en ook ArmeniŽ werden veroverd. In de derde eeuw zocht Iberia weer meer toenadering tot Rome om aanvallen van de Perzen te voorkomen. In 337 werd het christendom uitgeroepen tot staatsgodsdienst, maar de Georgische kerk ontwikkelde een geheel eigen identiteit.

 

Opkomst en ondergang van het Georgische Rijk

In de eerste helft van de vijfde eeuw werd de dreiging van de Perzen steeds sterker. De buurlanden ArmeniŽ en Albania werden veroverd en ook Oost-GeorgiŽ werd bedreigd. De Georgisch-Perzische oorlogen waren een feit maar onder Vachtang Gorgasali lukte het om de Perzen buiten GeorgiŽ te houden. In deze tijd werd Tbilisi gesticht als nieuwe hoofdstad. Eind vijfde eeuw ontstond er een onafhankelijk Georgisch koninkrijk dat in de zesde eeuw toch door de Perzen onder leiding van Chosrov I werd veroverd. Eind achtste eeuw nam de Bagrationi- dynastie het heft in handen, om dat duizend jaar vast te houden. Het territorium van GeorgiŽ breidde zich uit met een deel van PerziŽ en Noord- ArmeniŽ. Ook alle vorstendommen van West- en Oost-GeorgiŽ werden onder ťťn heerser gebracht. Enkele bekende namen uit die tijd waren: Aschot I, Bagrat III en Georgi III. Het Georgische rijk bereikte haar politieke hoogtepunt onder koningin Tamar. Dat rijk strekte zich uit van Dagestan tot Azerbeidzjan. Ook werden enkele Oost-Turkse provincies veroverd. In 1235 volgde er een invasie van de Hunnen en Oost-GeorgiŽ werd veroverd. West-GeorgiŽ bleef nog even onafhankelijk. De inval van de Mongoolse leider Timoer Lenk bleek funest voor GeorgiŽ. Zowel politiek als cultureel stelde GeorgiŽ niet zo veel meer voor. Vanaf de 15e eeuw bestond GeorgiŽ uit wat kleine, elkaar bestrijdende semi- zelfstandige koninkrijkjes. In 1510 werd West-GeorgiŽ veroverd door het Osmaanse rijk. Maatschappelijk gezien had op dat moment de hoge adel de leiding. De lage adel of Asnauri buitte de boerenbevolking uit. De Georgische cultuur werd bewaakt en bewaard door de kerk en de hoge adel, en dan met name door de vrouwen, die voor die tijd een belangrijke plaats innamen wat de cultuur betreft.

 

Achttiende eeuw: chaos en oorlog

Begin 18e eeuw beheerste een voortdurende burgeroorlog West-GeorgiŽ. Oost-GeorgiŽ was een vazalstaat van Iran en vocht mee in de oorlog tussen Iran en Afghaanse stammen. In 1709 volgde Vachtang VI koning Giorgi XI op die in Afghanistan sneuvelde. Onder Giorgi ontwikkelde GeorgiŽ zich voorspoedig. In 1716 werd Vachtang door de sjah van Iran tot koning benoemd. In het geheim sloot hij echter een verbond met de Russische tsaar Peter de Grote om samen ten strijde te trekken tegen Iran. Vachtang viel inderdaad Iran binnen, maar de Russen trokken zich onverwacht terug. De sjah doorzag dit bedrog van Vachtang en gaf de troon aan Constantijn II, de koning van KachetiŽ.
In 1723 werd Tbilisi ingenomen en begonnen de invasies van Turken in het westen. Uiteindelijk vluchtte Vachtang naar Rusland, werd Constantijn gedood en bezetten de Ottomanen Tbilisi. De jaren daarna waren perioden van grote chaos. Intern was er veel strijd en de GeorgiŽrs vochten ook nog tegen de Turken en de Perzen die grote delen van GeorgiŽ in handen hadden. GeorgiŽ werd bovendien nog aangevallen door legers uit Dagestan. Grote man voor de GeorgiŽrs in die tijd was Teimuraz die er in slaagde de koninkrijken Kartli en KachetiŽ politiek onafhankelijk te maken. Na de dood van sjah Nadir volgde er weer veel strijd tussen de koninkrijken onderling. De GeorgiŽrs boekten verschillende successen en Erekle II werd koning van Kartli en KachetiŽ.
In het koninkrijk Imenetie in West-GeorgiŽ streed koning Solomon I tegen de Turken. In de tweede helft van de 18e eeuw richtte de elite van GeorgiŽ zich steeds meer op Rusland. Ze hoopten op hulp van de Russen tegen de aanvallen vanuit Dagestan. In juli 1783 werd er een verdrag gesloten in Georgijevsk met Katharina II van Rusland en Erekle II van Kartli en KachetiŽ. Erekle wilde hiermee bereiken dat GeorgiŽ onder de hoede van het machtige Rusland een grote Transkaukasische staat zou worden. De Perzen pikten dit niet en op 11 september 1795 werd Tbilisi geplunderd en grote delen van de bevolking gedeporteerd. De Russen waren nergens te bekennen. Rond 1800 was GeorgiŽ totaal ontredderd en volgde al snel de Russische annexatie.

 

Gotscha Lagidse

Retour

Gotschapagina

Gotscha

harnassen,miniatuuren,zwaarden

Harnassen

sacraal, liturgisch metaal

Sacraal

kunst in metaal,zilver,bijous

Beelden

restauratiediensten

Restauratie



Nieuws



E-mail